Wantoestanden in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen

Het was een paar dagen in het nieuws: de wantoestanden in jeugdzorginstellingen en pleegzinnen in de afgelopen 50 jaar. Ik heb het met veel moeite gelezen en was een tijdje echt van slag. Ik heb het een paar keer weggelegd om weer bij te komen nadat de tranen in mijn ogen sprongen en om de brok in mijn keel weg te kunnen slikken. De feiten die in het rapport genoemd worden zijn bijna ondraaglijk. Het woord ‘wantoestanden’ dekt niet de lading van wat veel mensen is overkomen die in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen werden geplaatst, terwijl het thuis al niet veilig was. Het was en is psychisch, fysiek en seksueel geweld, soms terreur zelfs, onder de hoede van de overheid.

Als je bovenstaand krantenbericht leest maar vooral in het rapport zelf, valt op dat er vaak sprake lijkt te zijn van een patroon van emotioneel en psychische mishandeling, van narcistische mishandeling. Slachtoffers die er meestal begrijpelijkerwijs anoniem over vertellen, zijn eigenlijk nog redelijk mild. We zouden met zijn honderdduizenden op het Malieveld moeten staan om er tegen te protesteren, om genoegdoening te vragen voor de slachtoffers, om een goede behandeling voor ze te eisen, om de daders te vervolgen en om te zorgen dat het nooit meer gebeurt. Want, zo schrijven de opstellers, het was ook 50 jaar geleden al niet normaal, zelfs strafbaar. In 2012 is bovendien al een rapport uitgebracht over seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen.

Het rapport benoemt dat er, naast het fysieke en seksuele geweld, ook sprake was van talloze voorvallen en langdurige patronen van emotioneel en psychisch geweld. In die zin is het geen aanrader om dit rapport te lezen voor slachtoffers. De kans dat je er depressief van wordt en je machteloos voelt is groot. Het rapport concludeert dat deze vormen van mishandeling ook nu nog voorkomen en dat is ontoelaatbaar en niet te verteren. Zeer recent nog bleek in Amsterdam een groep verstandelijke gehandicapten te zuchten onder psychische terreur en vorig jaar nog een groep zeer kwetsbare kinderen in Hoenderloo. Het is te hopen dat de politiek nu de conclusies overneemt en de aanbevelingen gaat uitvoeren. Er is nog genoeg te doen.

Op zich is het goed dat de misstanden en terreur tegen deze ooit zo kwetsbare kinderen nu zo expliciet voor het voetlicht komen. Er is door dit rapport geen ontsnappen aan: de overheid heeft willens en wetens kwetsbare kinderen die thuis verwaarloosd of misbruikt werden aan hun lot overgelaten, en duizenden van hen vervolgens jarenlang in de handen van destructieve zorgverleners gelegd die hen misbruikten. De inleiding van het rapport is al kraakhelder: de bekende, op dit vlak door de wol geverfde hoogleraar Pedagogiek, Micha de Winter, die voorzitter was van de commissie, kon zijn walging en verdriet niet onderdrukken bij veel getuigenissen. Gelukkig staan er ook wel wat ‘positieve’ verhalen in. Uiteraard zijn er niet echt goede cijfers te vinden van hoeveel mensen het nu echt betrof, maar de commissie maakt wel duidelijk dat het een patroon was en dat het niet om uitzonderingen ging.

De afgelopen jaren zijn al talloze seksueel misbruikschandalen in de katholieke kerk in verschillende landen beschreven. Zelfs in Polen, een zeer katholiek land waar de vorige paus vandaan kwam, is sinds een paar maanden de bom gebarsten. En deze misbruikschandalen in de kerk worden veelal aan narcisme gelinkt: zowel bij de daders (meestal priesters) als bij diegenen die het misbruik in de doofpot stopten. Diverse wetenschappers en kerkelijke leiders wijten het structurele misbruik aan een cultuur van narcisme binnen de instituties van de kerk en aan individuele narcistische priesters.

Laten we hopen dat het besef dat destructieve eigenschappen als narcisme en psychopathie, de link met ‘zorgverleners’ die over het lot beschikken van kwetsbare kinderen en de giftige cocktail van emotioneel en ander geweld dat dan ontstaat, nu ook doordringt bij de regering en de jeugdzorg. Het is in ieder geval positief dat de eerste openheid over het verleden nu officieel in het openbaar is vastgelegd. Er is geen ontsnappen aan. De regering heeft dan ook zijn excuses aangeboden en gezegd dat erkenning, hulp en ondersteuning van de overheid voor deze slachtoffers zijn op z’n plaats is.

9 thoughts on “Wantoestanden in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen

  1. Hoi Tako,

    Wat goed dat je hier aandacht aan besteedt. Ik las het artikel n.a.v. dat rapport vorige week en voelde me de uren daarna ook echt machteloos. Het is zo belangrijk dat deze misstanden in de openbaarheid zijn gekomen. En deze blog is ook belangrijk.

    Ik vind het zeker waardevol dat o.a. op deze site ervaringen met narcisten worden uitgewisseld, dan gebeurt er iets op ‘micro-niveau’ om het maar zo te zeggen. Maar de onderzoeken die jij ook noemt doen hopelijk iets op macroniveau.

    Het gebeurt nog te vaak dat je als slachtoffer van destructieve personen schokkende ervaringen probeert uit te leggen en dat er dan doodleuk wordt gezegd ‘nee hoor, dat kan niet. Dit soort dingen gebeuren hier niet in Nederland’. Mede hierom zijn dit soort rapporten, waarin breed onderzocht is wat er gebeurd is en nog gebeurt, belangrijk. Ik weet dat sommige slachtoffers denken dat het zinloos is die onderzoeken/rapporten, maar hier ben ik het niet mee eens. We hebben te maken met een hulpverlenerscultuur (en ook in de politiek!) waarin door veel professionals liever weggekeken wordt dan dat men zich open stelt voor wat er gaande is. En wat er bij die mensen aankomt zijn cijfers, opsommingen en tabellen. Zo werkt het nu eenmaal. Ik las dat jij onder een andere blog schreef ‘we proberen deel te zijn van de oplossing’. Dat lijkt me heel belangrijk. Er is een bewustzijnsverandering nodig in onze samenleving, en rapporten als deze kunnen mensen wakker schudden. En dat is wat er moet gebeuren.

    Fleur.

    • Dank voor je reactie Fleur. Het is inderdaad vaak zo dat professionals onze verhalen bijna niet geloven, terwijl het toch echt gebeurt in ons land. Vandaar dat we er aandacht aan willen blijven geven, ook richting professionals, bijvoorbeeld met onze trainingen voor professionals, lezingen die we geven op studiedagen en congressen, de contacten die we leggen met andere organisaties, berichten via LinkedIn etc. Misschien nu nog druppels op de gloeiende plaat, maar we werken er hard aan om het bekender te maken.

  2. Je slaat de spijer op zijn kop; echter dit deel is nog lange niet ” beslecht” ( alsof het mog slechter kan” Heb lange tijd gewerkt met not bene dit soort dubbel slachtoffers,en de kliek der hulpverlening als mijn beroep daarom verlaten. ( zoals al eerder het beroep als journalist).
    tegenwoordig en al 3 decennia werk ik dus met planten…..en de rest met mensen vrijwillig,maar ik snap je pijn en je punt. Om je een ilussie te besparen; ” neen het is niet zo..nu de ogen van…..open gaan” Ergo….
    Juist de verkeerde zullen het blijven claimen.. kan helaas niet diep ingaan op je tekst en spoken pictures,wat ik wel zou willen,maar de tijd en ruimte niet voor heb.

    Het zijn en blijven dubbel slachtoffers, waarvan de laatste (in de zin van desbetrefende “hulpverlening”) wellicht het neest dodelijk zijn. Van de dader kan je zoiets verwachten (achteraf), maar van de hulpverleners……
    En daarna……
    precies dat….is tooooo bad to overcome these lots of trouble.
    De helaasheid der dingen.
    En neen dat gaat niet veranderen is al eeuwenoud, en wordt alleen maar erger, hooguit mooier verpakt/op papier.

    • Dank voor je reactie Tyche, ik herken de moedeloosheid zeker. Het is niet het eerste rapport en waarschijnlijk ook niet de laatste. Als Verdwenen Zelf kiezen we ervoor om naar de toekomst te kijken en te vechten voor ons verhaal, en bij te dragen aan een oplossing.

  3. Met een hervonden en sterk zelf zullen de slachtoffers gebruik kunnen maken van de openheid van zaken over de wantoestanden.
    Onze kinderen leren waar je op kunt letten als je onder de mensen bent, zodat ‘gezonde’ generaties na ons komen.
    De patronen zijn meestal hetzelfde, het niet geloofd worden ook, de verkeerden die met een verhaal aan de haal gaan…

    Hoe meer er over bekend wordt, hoe meer voorlichting, zelfs preventie (mijn kind zegt dat ze een fijne jeugd heeft gehad en toch zei mijn volwassen kind: “mijn nieuwe buurvrouw vraagt niets aan ons maar we weten alles van haar, dus dat wordt goed opletten!”) zal er voor moeten gaan zorgen dat er minder slachtoffers komen!
    Houd moed!

    • Voor de slachtoffers hiervan is het inderdaad een erkenning van hun leed. En qua preventie, dat is ook belangrijk, ergens las ik dat ze in Denemarken op de basisschool het vak empathie geven. Of dat helpt weet ik niet (het vak ‘grenzen bewaken’ is misschien ook een goed idee…) maar het is hoopvol.

  4. Ik heb zelf geen ervaring met jeugdzorg of pleeggezinnen, maar het artikel dat je noemt en het misbruik binnen de katholieke kerk zijn natuurlijk hemeltergend. Juist kinderen zijn makkelijke slachtoffers omdat ze van volwassenen afhankelijk zijn, vaak niet voor zichzelf kunnen opkomen en (helaas) ook vaak niet serieus worden genomen àls ze überhaupt er iets over durven te vertellen.

    Mijn moeder was een narcist. Zoals Iris Koops in haar boek beschrijft, had ook mijn moeder twee gezichten. Het tergende feit is dat de directe omgeving meestal geen enkel vermoeden heeft wat zich binnen de vier muren van de woning afspeelt. Want de narcist is zo’n briljant acteur naar de buitenwereld, dat een buitenstaander zich niet kan voorstellen dat die persoon ook maar een greintje kwaadaardigheid in zich heeft. In mijn jeugd durfde ik ook geen negatief woord over mijn moeder te vertellen, te bang voor haar rancuneuze reactie als ze erachter kwam. Ik had al problemen genoeg, dus ik hield wijselijk mijn mond.

    Sinds ik Iris’ boek heb gelezen besef ik dat ik met meer narcisten te maken heb gehad dan alleen mijn moeder. De man van mijn beste vriendin bijvoorbeeld. En een collega in een hogere functie.

    En dat is wat volgens mij véél meer bekendheid verdient. In mijn vriendenkring en op mijn werk weten mensen amper wat narcisme inhoudt, en al helemaal niet welke trauma’s narcisten bij hun slachtoffers veroorzaken. Als ik iets vertel over mijn jeugd word ik sceptisch bekeken; ‘zoiets doet een moeder haar kind immers niet aan’
    Er zou in de media veel meer aandacht aan narcisme besteed moeten worden. Mensen in o.a. de zorg, onderwijs en politie zouden meer kennis moeten hebben om de symptomen te herkennen, zowel bij de daders als de slachtoffers. Er zouden mogelijkheden moeten komen om ‘verdachte’ gezinnen onder de loep te nemen en daders te isoleren, dan wel verplichten in therapie te gaan.
    En uiteraard zouden jeugdzorg en pleeggezinnen gescreend moeten worden op de aanwezigheid van pedofilie en/of narcisme. In sommige beroepen is een psychologische keuring heel gebruikelijk. Waarom in deze sector niet?

    Een zogenaamde ‘verklaring omtrent gedrag’ schiet tekort waar met kinderen wordt gewerkt, want narcisten hebben doorgaans geen strafblad. Momenteel komen ze er veel te gemakkelijk mee weg.

  5. Dank voor je reactie Anne. Het is inderdaad echt moeilijk dat niemand lijkt te begrijpen waar je doorheen gaat. Er is veel meer kennis nodig, iets waar wij ook hard aan werken door o.a. trainingen te geven aan professionals, lezingen te doen en via LinkedIn kennis te verspreiden.

    En je maakt een heel terecht punt dat voor sommige beroepen een psychologische keuring nodig is, zoals bij professionals die werken met kwetsbare kinderen. Er zijn best wel wat van die tests, ze worden zelfs soms toegepast. Een aantal banken zijn dat gaan doen toen uit de financiële crisis van 2008 bleek dat narcistische directeuren er een potje van hadden gemaakt. Een datingprogramma voerde een anti-narcisme test in om kandidaten ellende te besparen. Bij de opleiding geneeskunde op een universiteit hebben ze het ingevoerd. Hoog nodig om dit ook te doen in de jeugdhulp.

  6. Een goed verhaal, fijn dat je hiervoor aandacht hebt. Het is alweer even geleden dat de commissie haar eindrapport heeft aangeboden. Hierin valt wel te zeggen, dat de overheid, GGZ en instellingen nog steeds blind zijn voor de gevolgen en daarmee absoluut niet e intentie hebben om mee te willen helpen- integendeel, juist de overheid en instellingen handelen vanuit grof onbegrip, soms zelfs haat, omdat gevolgen niets worden begrepen. Waar seksueel misbruik gelukkig al vanaf eind jaren 80 serieus wordt genomen en gevolgen bekend zijn, is dat bij psychisch, emotioneel en fysiek geweld tegen kinderen (expres?) niet het geval. Ik schrijf expres, omdat bijvoorbeeld Movisie ( kenniscentrum sociale vraagstukken) nauwelijks kennisdossiers heeft opgebouwd over fysieke kindermishandeling, wel talloze over seksueel misbruik. Moviusie heeft, evenals het NJI (Nederlands Jeugd Instituut) zelfs aangegeven geen feitelijke kennis te hebben omtrent fysieke kindermishandeling en gevolgen…Dat blijkt des te meer in de GGZ, waar het verboden was om ook maar 1 slecht woord te zeggen over de in hun ogen “heilige” kinderbescherming en perfecte Jeugdzorg. Zelfs zeer gespecialiseerde therapeuten gaven aan dat er over stelselmatige fysieke en psychische kindermishandeling …’vooral gezwegen moest worden’. De hele GGZ zal heropgevoed moeten worden en waar nu al aandacht is voor voor seksueel misbruik, zullen alle anderen vormen van kindermishandeling ook eindelijk aandacht moeten krijgen. Hopelijk wordt voor toekomstige generaties het enorme leed voorkomen dat Jeugdzorg teweeg bracht. Tenslotte wil ik noemen dat in het eindrapport onderbelicht is, hoezeer gescheiden zijn van familie, ouders, dierbaren traumatisch is en hoe een kunstmatige situatie van pleegzorg, waarbij wildvreemden over andermans kinderen beschikken een veel grotere inspanning vergt dan tot nu toe vanuit Jeugdzorg is gedaan; er werd en wordt met gevoelens van kinderen gespeeld, alsof het normaal is om ouders en anderen te verliezen, te onthechten en levenslang te blijven zitten met zoveel vragen uit het verleden.

Geef een reactie