Dit is een gastcolumn van Cathelijne.
In het vorige deel van mijn verhaal schreef ik al dat de politie me uit huis heeft gehaald na een nacht met hevige escalatie. De moeite die het mij kostte om de beslissing te maken om de politie in te schakelen. Ik probeerde het zelfs nog uit te stellen, door mijn moeder te appen dat ze de politie moest bellen als ze binnen een half uur niks van mij gehoord had.
Het hulp vragen door er politie bij te halen voelde voor mij echt als persoonlijk falen. Dan was ik nu zo iemand waarvoor de politie moest komen bij een ruzie. Ik had het gevoel dat hier door anderen op neergekeken zou worden. Voelde mezelf hierdoor minder waard, iemand die niet voor zichzelf kan zorgen, die niet assertief is. Ik had de grootste moeite deze gevoelens onder ogen te zien.
Daarnaast was ik ook bang, dat hij door de komst van de politie nog agressiever zou worden, omdat hij zich dan echt verraden zou voelen. Ik was bang voor een enorme scène met alle buren als publiek. Maar ondanks dit alles had ik de keuze gemaakt om ze in te schakelen. En dan staan ze voor de deur… Aan de ene kant voelde ik opluchting, omdat ik geen idee had of mijn moeder mijn bericht, met de vraag om de politie te bellen als ze niet binnen een half uur iets van me hoorde, had gezien en of ze daadwerkelijk de politie gebeld had. Aan de andere kant een enorme schaamte, omdat nu meer mensen te weten zouden komen wat zich hier de afgelopen nacht had afgespeeld. Angst, omdat ik niet wist wat de komst van de politie bij hem teweeg zou brengen.
De politie tikte op het raam en gebaarden naar hem om de deur open te doen. Hierbij zagen ze dat hij eerst de gang leeg moest ruimen. Hij had de voordeur gebarricadeerd. Ze kwamen binnen en vroegen wat er aan de hand was, omdat ze een melding binnen hadden gekregen. Wat ik hierbij vreselijk moeilijk vond, omdat ik al moest dealen met alle gevoelen die ik zojuist omschreven heb, is dat ze vervolgens de rollen van “good cop” en “bad cop” aannamen. Waarbij de ene agent aan de kant van zijn verhaal ging staan en de andere agent steunend was richting mij. Ik geloof dat ik ook niet echt goed in staat was om te verwoorden wat er was gebeurd. De ene agent benoemde wat hij zag: gebarricadeerde deur, omgevallen spullen, lege wijnflessen, en een stuk gevallen wijnglas. Hij vroeg aan mij of ik fysiek in orde was en of ik medische hulp nodig had. De andere agente had oor voor zijn verhaal en reageerde hier empathisch op. Waarna ze ook daadwerkelijk aan mij vroeg waarom ik meneer geen antwoord gaf op zijn vragen over de vermeende ontrouw. Deze kwam hard aan bij mij. Ik had de hele nacht, en eigenlijk ook al de weken ervoor, niets anders gedaan dan dit eindeloos uitleggen, hem geruststellen en als dit niet hielp iedere andere denkbare mogelijkheid om zijn aanhoudende dreigende agressieve vragenvuur af te wenden. Zouden ze echt zijn verhaal geloven? En mijn verhaal in twijfel trekken?
Ik wist duidelijk te maken dat ik met hen mee wilde. De agent spoorde me aan om een tasje met kleding te pakken en zorgde ervoor dat ik mijn telefoon, sleutels, paspoort e.d. terugkreeg. Ik reed met mijn auto achter hen aan naar het bureau. Hier werden mijn ouders op de hoogte gebracht en werd ik aangemoedigd om mijn werk te laten weten dat ik vandaag niet zou komen. Ik wilde eigenlijk zelf in de auto stappen en naar Groningen rijden, maar dat vonden zowel politie als mijn ouders geen goed idee. Zelf vond ik dat ik prima in de auto had kunnen stappen. Ik had al honderden keren mijn hevige emoties na escalatie aan de kant gezet, omdat ik moest vertrekken, bijvoorbeeld naar mijn werk. Ik besloot geen aangifte te doen, om de kans op represailles te verkleinen. Wachtte tot mijn ouders er een paar uur later waren en reed met hen naar Groningen terug.
Op weg van het politiebureau naar buiten kwamen we hem nog tegen. Hij liep samen met zijn moeder het bureau in. Mogelijk om aangifte tegen mij te doen. Dit zorgde voor veel spanning bij mij. Ik was bang dat het feit dat ik de eerste klap had uitgedeeld, nadat hij me tot het uiterste had geduwd, me duur zou komen te staan. Ik had immers een bewijs van goed gedrag nodig om mijn werk in de GGZ te mogen doen. Ik kon echter niks anders doen, dan dit loslaten. Het moment waarop ik besloten had mijn moeder te vragen de politie te bellen, was sowieso een moment waarop ik me overgaf. Het maakte me allemaal niks meer uit. Ik kon zo niet meer door, er moest iets gebeuren. En als het niet goed zou komen, als ik niet zou kunnen leven met de blikken van anderen of mijn eigen gevoelens, dan zou ik dat kunnen doen: niet meer leven.
In de weken daarna realiseerde ik me wat een macht hij over me had gehad en nog steeds had. Ik had helemaal niks meer: geen woning, geen spullen, bijna geen kleding en geen vrienden in de buurt van mijn werk in Amsterdam. Ik zocht een tijdelijke woning en harkte met behulp van familie en het kleine beetje geld dat ik had, wat tweedehands spulletjes bij elkaar. Vanuit mijn nieuwe woning kon ik wel weer aan het werk. Dit was mijn houvast.
Ik realiseerde me ook dat ik (nog) niet alle contact kon verbreken. Ik hoopte in eerste instantie nog wat spullen en kleding terug te krijgen. Daarnaast stond de scooter, die op mijn naam stond, bij hem in de tuin. Zowel de sleutels als de eigendomspapieren lagen in zijn huis. Doordat deze zaken nog geregeld moesten worden, kon ik het contact niet verbreken en kon ik hem ook niet blokkeren. Wat hem de mogelijkheid gaf me aan het lijntje te houden. Hij probeerde in deze tijd op mijn gevoel in te spelen. Hij ging hierin zelfs zo ver dat hij zei dat hij zichzelf iets aan zou doen. Daarnaast liet hij zijn zoon contact opnemen, waarbij deze om hulp vroeg omdat hij bang was dat zijn vader zichzelf iets aan zou doen. Ik moest volledig tegen mijn gevoel in afstand houden in deze situaties, omdat ik wist dat ik er anders weer opnieuw ingezogen zou worden.
Verder dicteerde hij de regels voor het terugkrijgen van spullen en het regelen van zaken. Uiteindelijk heb ik na veel gedoe via de vriend van zijn moeder twee doosjes spullen teruggekregen. Hierin had hij mijn oude studieboeken en de oudste kleding die hij kon vinden ingepakt. De rest heb ik nooit meer teruggekregen. Voor de scooter had ik bedacht dat hij deze mocht houden, als hij deze op zijn naam zou overzetten. Zodat hij er wat bij te winnen had, in de hoop dat dit de afhandeling zou bespoedigen. Hij eiste dat ik hiervoor alleen kwam en wilde steeds bij dorpen aan de kust, waar we samen vaak vakantie gevierd hadden, afspreken. Hij kwam hier verschillende keren niet opdagen. Na maanden kwam hij, nadat hij me eerst 1,5 uur had laten wachten, toch opdagen. Waar hij weer afdwong om te praten. Ik had geen keuze, dan hierin mee te gaan, omdat ik anders sowieso onverrichterzake naar huis zou gaan. Dus besloot ik nog één middag mee te spelen. Hij beloofde gouden bergen. Hij zou aan zichzelf werken en hulp gaan zoeken en we konden trouwen en kinderen krijgen. Hij hing om mijn nek. Ik dacht alleen, “als je straks die scooter maar overschrijft, hou ik dit nog wel één middag vol”. Dit deed hij uiteindelijk om 5 voor 5, net voor de winkel sloot. Hij had me hiermee toen wel meer dan een half jaar onder zijn controle gehouden.
Ik vond het vreselijk frustrerend dat je in dit soort situaties dus niet preventief hulp van de politie in kunt schakelen. Ze gingen niet met me mee om mijn spullen uit het huis te halen of om een oplossing voor de scooter te vinden. Wel werd ik op de gevaren gewezen als ik deze op mijn naam in zijn bezit liet. Ik kon alleen bellen als ik erheen zou gaan en het uit de hand zou lopen. Maar ik wilde niet meer terecht komen in een situatie waarin het uit de hand liep en ik niet zeker wist of er wel iemand zou helpen én of ik de mogelijkheid wel zou hebben om politie te bellen.
Ik vond en vind het ongelofelijk dat je in zo’n situatie zelf maar moet zien hoe je het bijna onmogelijke opgelost krijgt, zonder jezelf weer over te geven aan / of te verliezen in zijn dwingende controle. De Nederlandse wet is er op dit moment meer op gericht de pleger te ‘bestraffen’ nadat er een bewezen strafbaar feit is gepleegd en niet zozeer om dit strafbare feit te voorkomen. Hier is voor slachtoffers die in zo’n zelfde situatie zitten als ik toen, nog zoveel te winnen.
Lees hier deel 1 en deel 2 van de gastcolumn van Cathelijne.
2 reacties op “Hij dicteerde de regels, zelfs toen ik al weg was ”
Lieve Cathelijne,
Wat een herkenbaar verhaal en wat moedig dat je dit wil delen met lotgenoten. Ook een verhaal delen doet pijn en vergt moed en inzet. Maar het is de moeite waard, want het helpt anderen om bekendheid te geven aan onzichtbaar geweld dat zich achter de voordeur afspeelt. Het helpt om professionals de ogen te laten openen voor de griezelige gedragingen van narcistische partners/ex-partners. Het helpt de maatschappij inzicht te geven in de dubbellevens van partners met ernstige psychiatrische stoornissen. Als er “publiek” aanwezig is tonen ze een stevig schild van normaliteit waar niemand aan twijfelt. Zonder “publiek” zijn ze met verwoestende terreur en destructie van hun gezin/partner bezig. Sluipender wijs worden de rollen van dader en slachtoffer omgedraaid.
Wie zichzelf, of wat er van over is, terugvindt in wat een sprookjeshuwelijk had moeten zijn, maar dat stapsgewijs in een boosaardige nachtmerrie is veranderd, beseft heel goed dat het “zomaar weg gaan” risicovol, soms levensbedreigend is. In goed overleg zoals normale mensen hun relatie beeindigen, door “professionals” en omstanders verwacht en zelfs afgewongen, is onmogelijk. Omdat daders veel hebben geinvesteerd in identiteitsvervalsing achter de rug van hun partner om, staat deze al met tien-nul achter bij scheidingen en/of vertrek. Behalve het geweld achter de voordeur blijkt ook het sociale netwerk intensief bewerkt te zijn met valse informatie en daarmee de deur naar hulp in een gevaarlijke poging tot ontsnapping niet beschikbaar te zijn. Wie moed bij elkaar geschraapt heeft en vertrekt heeft vaak niet alleen zware trauma’s en een paspoort in het virtuele “vlucht-tasje” zitten, maar ook een vorm van opgedrongen daderschap en een geruineerde reputatie.
Er valt nog een wereld te winnen aan voorlichting en training van professionals en bewustwording van de omstanders, om antwoord te geven op de standaardvraag:
“Waarom ging je niet weg?”
“Omdat dit de ergste vormen van dwangmatig narcistisch gedrag triggert”.
“Omdat je daarna vaak nog een keer mentaal wordt afgebroken”.
“Omdat omstanders en professionals, die niet begrijpen dat deze zo normaal ogende zelfs aardige
psychiatrische patient bestaat, niet herkend wordt”.
“Omdat zo’n gruwelverhaal wordt niet geloofd, dus jij wordt gelabeld als de “labiele gek” in dit script.
“Omdat je je kinderen wil beschermen tegen narcistische exploitatie en mishandeling”.
“Omdat je geen hulp krijgt bij praktische zaken: huisvesting, financien, boedelscheiding, veiligheid”.
Bij dit soort huiselijk geweld wordt nog te vaak gekozen voor het narratief en de tevens zeer beperkte one-liner: “Waar twee vechten hebben twee schuld”. Vaak moet men in het bijzijn van de dader verklaringen afleggen en wordt alle informatie gedeeld. Dat is zeer gevaarlijk voor het slachtoffer en de kortste route naar nog meer geweld. Het stelt je voor dillema’s: de confrontatie aangaan roept represailles op. Het uit de weg gaan van confrontatie en “meeveren” handhaaft de destructieve situatie. Er zijn veel voorbeelden waarbij je jezelf aantreft in oplossingen die je liever niet had gekozen. Het is belangrijk te beseffen dat je er niet voor gekozen hebt om in een psychiatrisch spinnenweb te worden gegijzeld. Geen zelfverwijt, geen schaamte, geen verdediging. Gewoon oorzaak en gevolg op een rijtje zetten en de verantwoording terug leggen bij de dader is goed genoeg.
Laten we aangemoedigd door Iris Koops, Verdwenen zelf en alle mensen van goede wil blijven reageren. mobiliseren en reparen. Dus Cathelijne bedankt voor jouw verhalen: van herkenning naar erkenning.
Lieve groet,
Truus (pseudoniem)
Ik liep tegen hetzelfde probleem aan maar dan bij veilig thuis. Omdat ik had besloten om toch niet naar een safe house te gaan want ik wilde mijn dochter en moeder niet alleen laten welke ook door hem bedreigd waren met de dood. Vervolgens kon ik het ook allemaal verder zelf uitzoeken terwijl bij de dader wel hulp vanuit hen ingezet werd. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het goed dat er een systeem is waarin ook daders worden begeleid juist om verdere escalatie en/of nieuw geweld te voorkomen maar mijn ervaring is dat het slachtoffer vaak in de kou staat. De politie heeft wel veel gedaan voor mij, onder andere 2 keer mee naar binnen om zo veel mogelijk van mijn spullen uit het huis te halen, ik heb er zelfs bij gestaan toen ze buiten de crisisdienst van GGZ belde voor gedwongen opname omdat hij in hun ogen toch ook een psychotische indruk maakte. Na een half uur aandringen vanuit de politie nog steeds 0 op het recest wat ook bij hen leidde tot veel frustratie.
Het systeem werkt niet optimaal dat is wel duidelijk.
Ik hoop dat dit ooit veranderd, door de verhalen die op deze site worden gedeeld en het goede werk wat het verdwenen zelf doet.
Mijn hart draait nog steeds om bij iedere vorm van geweld en vooral ook door alle ( ik neem aan goed bedoelde ) adviezen of opmerkingen door ” buitenstaanders” welke slachtoffers nog schuldiger en/of beschamender doen voelen.
We houden hoop, het gaat je goed Cathelijne