Mijn narcistische moeder genoot van mijn angst

Dit is een gastblog van Hedwig.

“Je bent bang voor mij, hè?” Mijn moeder keek me vals aan. Ze genoot zichtbaar van de angst in mijn ogen. Ik was 16 jaar en kromp ineen. Ik voelde me doodonveilig, altijd op mijn hoede voor wat er komen ging.

Het is moeilijk om met zo’n verhaal naar buiten te treden. Moeders houden toch van hun kinderen? Mensen die zijn opgegroeid met een liefdevolle moeder in een normale gezinssituatie, kunnen zich vaak niet voorstellen hoe totaal anders het kan zijn. Ik ben inmiddels 61 jaar. Na jaren van strijd ben ik eindelijk in het reine gekomen met wat mij is aangedaan door degene die ik ten diepste had moeten kunnen vertrouwen. Het fundament dat veilig had moeten zijn, is door het gebrek aan moederliefde en veiligheid al op heel jonge leeftijd onder mijn voeten weggeslagen. Het was niet alleen een gebrek aan liefde, maar ook een geniepig, bewust kwetsen.

Ze kon ongestoord haar gang gaan

Mijn vader was een erg gevoelige, afwezige man die zich nergens mee bemoeide. Hierdoor kon mijn moeder ongestoord haar gang gaan. Ze was onderwijzeres: intelligent en liefdeloos. Mijn broer, het gouden kind, werd al op jonge leeftijd haar steun en toeverlaat, waardoor hij nooit echt kind heeft kunnen zijn. Toch kregen ook hij en mijn zus er in hun jeugd flink van langs.

Ziek zijn was bijvoorbeeld uit den boze; je moest het niet wagen om mijn moeder daar ’s nachts voor wakker te maken. Dus gaven we in stilte over in de wastafel op de slaapkamer als we misselijk waren. Sluipend haalden we zelf water om haar maar niet per ongeluk te wekken, anders zwaaide er wat. Toen ik eens per ongeluk over moest geven op de vloerbedekking in de woonkamer, was ze zo kwaad dat ze me er briesend met mijn gezicht doorheen wreef. Dat zou me leren.

Wij werden als kinderen regelmatig tegen elkaar uitgespeeld en groeiden daardoor op als eilandjes. Doordat we alle drie een andere rugzak met narigheid hebben overgehouden aan onze jeugd, kunnen we er ook nu niet echt voor elkaar zijn. Mijn broer had als gouden kind het minst te verduren en nam het vaak voor haar op. Dat heb ik hem lang kwalijk genomen, maar ik besef nu dat hij zo is gevormd. Het was zijn overlevingsstrategie.

Mijn moeder deed regelmatig een zogenaamde zelfmoordpoging. Dan sloot ze zich op in de slaapkamer, de deur op slot, en joeg ons de stuipen op het lijf. Mijn zus, die toen pas vier was, had ze ingefluisterd dat ze er niet dood van zou gaan. Maar mijn broer en vader dachten dat ze werkelijk een eind aan haar leven wilde maken. Mijn broer was nog maar een puber toen hij een krant onder de deur schoof, met een spijker de sleutel uit het slot duwde en de krant onder de deur vandaan trok om de deur te openen. Hij belde verstandig de dokter, tot grote woede van mijn moeder, wiens drama daarmee abrupt stopte. Ze zou later nog meerdere van dit soort ‘pogingen’ doen. Toen ik als klein meisje tegen de moeder van een vriendinnetje zei dat ik zo bang was dat mijn moeder doodging, antwoordde zij: “Nee natuurlijk niet, jouw moeder gaat niet dood.” Daarna zweeg ik er maar over.

Tussen mijn zus en mij zat nog een broertje, dat met negen maanden overleed aan de mazelen. Mijn zus was toen ongeveer vier en had in die periode ook de mazelen. Mijn moeder zei later ijskoud tegen haar: “Ik zie nog die nies waarmee je je broertje hebt aangestoken.” Mijn zus heeft heel lang gedacht dat zij haar broertje had vermoord. Mijn moeder liet haar bewust in die waan.

Pas jaren later, toen ik haar ermee confronteerde, wuifde ze het weg: “Ach, iedere moeder zegt wel eens wat.” Mijn zus is door alle geestelijke mishandelingen haar leven lang arbeidsongeschikt gebleven.

Geen blik waardig

Toen ik van mijn eerste vakantiebaantje nieuwe kleren had gekocht, wilde ik die trots aan haar laten zien. Mijn slaapkamer was overigens precies zo ingericht als zij wilde; ik had zelf geen stem. Ik trok mijn nieuwe kleren aan en kwam naar beneden. Mijn moeder keek op van haar boek met een ijskoude blik, keek direct weer terug in haar boek en gunde me geen blik meer waardig. Ze zei geen woord. Ik wist me geen raad, werd misselijk van de spanning en droop diep verdrietig af.

Regelmatig strafte ze me met een stiltebehandeling die uren tot dagen kon duren. Na een stiltebehandeling van twee dagen werd ze eens zo woedend dat ze haar leesboek door de kamer smeet en schreeuwde: “Ik vermóórd je, ik vermóórd je!” Ze rende naar de messenla. Ik was 18 en sprong er uit pure angst voor. “Niet doen mama, het spijt me!” riep ik. Waar ik precies spijt van moest hebben, wist ik niet eens. Ik geloof dat ik te laat was thuisgekomen. Ik denk nog wel eens: wat als ik niet op tijd bij die la was geweest?

Minachting als rode draad

De minachting van mijn moeder loopt als een rode draad door mijn leven. Het zorgde ervoor dat ik een enorme faalangst ontwikkelde. Ze wilde absoluut niet dat ik mijn rijbewijs haalde; ik zou totaal ongeschikt zijn om auto te rijden. Pas op mijn 43e heb ik mijn rijbewijs alsnog gehaald. Mijn zus mocht ook nooit kinderen krijgen, want dat zou ze volgens mijn moeder niet kunnen. Mijn zus raakte zo beschadigd dat ze het inderdaad uit haar hoofd liet.

Omdat ik constant in de overlevingsmodus zat, kwam ik er niet aan toe om echt zelfstandig te worden. Steeds wanneer ik wat zelfvertrouwen kreeg, werd dat weer onderuitgehaald. Mijn leven voelde als een kapot leven. Als ik niet op het juiste moment de juiste persoon was tegengekomen—mijn man—was het niet goed met mij afgelopen. Hij heeft me altijd bijgestaan en geloofde mijn bizarre verhalen, omdat hij zelf ook getuige is geweest van haar gedrag.

Samen kregen we twee zonen. De eerste werd vernoemd naar de overleden vader van mijn man, met als tweede naam de naam van mijn vader. Mijn moeder was ziedend; een tweede naam gold volgens haar niet als vernoeming. Toen ik zwanger was van de tweede, eiste ze dat de baby naar háár vernoemd zou worden als het een meisje werd. Toen ik weigerde, schopte ze een enorme scène. Uit angst stemde ik uiteindelijk in. Godzijdank werd het een jongen. Maar door haar dwang werd mijn vader voor de tweede keer vernoemd, nu als eerste naam.

Vele jaren later ging mijn jongste zoon bij mijn hoogbejaarde moeder op bezoek. Ze zei tegen hem: “Weet jij wel waarom jij heet zoals je heet? Zo vreselijk van jouw moeder dat ze Opa niet wilde vernoemen. Het kon mij niks schelen hoor, maar het was zó verdrietig voor je Opa.” Ik wist dat dit zou gebeuren. Ik voelde aan mijn water dat ze kwaad over mij zou spreken als hij daarheen ging.

Alles viel op zijn plek

Uiteindelijk nam ik letterlijk afstand door ver weg een toekomst op te bouwen. Met vallen en opstaan en met de hulp van lieve mensen werd ik stap voor stap steviger. Een psycholoog die ik bezocht begreep de gezinsdynamiek en het narcisme niet, waarna ik de gesprekken afkapte en zelf het heft in handen nam. Mijn man had een artikel over narcisme gelezen en liet het me zien met de woorden: “Dit artikel gaat over jouw moeder.” Toen viel alles op zijn plek. Sindsdien volg ik ‘Het Verdwenen Zelf’. De boeken van Iris Koops brachten een enorme schok van herkenning. Ik heb veel gehad aan de boeken gehad. Samen met online lotgenoten begon hier mijn langzame herstel.

Mijn moeder was ontmaskerd, al kon ik mijn zus hier niet van overtuigen. Zij wilde het niet inzien en vond dat we geen ‘stickers’ moesten plakken. Ik werd er wanhopig van. Mijn broer gaf inmiddels wel schoorvoetend toe dat hij de gelijkenissen zag.

De omgang met mijn moeder ging vanaf toen met ups en downs. Omdat ik wist wat er speelde, kon ik beter met haar gedrag omgaan. In die periode werkte ik als kookdemonstratrice. Mijn vader was inmiddels overleden en mijn hoogbejaarde moeder logeerde een paar dagen bij ons. Op zaterdag zou ze samen met mijn man bij mijn kookdemonstratie komen kijken. Ik zag ze binnenkomen: mijn moeder aan de arm van mijn man. Ze negeerde me compleet, keek bewust langs me heen en reageerde niet op mijn begroeting. Ze zei tegen mijn man: “Nou, ik heb het wel gezien,” en liep met die bekende koude blik weer naar de uitgang. Mijn man hief achterom kijkend zijn armen in de lucht. Ik had ergens niet anders verwacht, maar toch houd je altijd de hoop dat je op een dag wél gezien wordt. Zelfs door een moeder op hoogbejaarde leeftijd.

Nu ben je vrij

Toch heb ik nooit het contact verbroken. De wetenschap dat zij narcistisch was en het niet aan mij lag, was een enorme opluchting. Wel besloot ik om nooit meer alleen naar haar toe te gaan en altijd mijn man mee te nemen. Zelfs op haar sterfbed durfde ik niet alleen met haar te zijn. Wel was ik de contactpersoon tijdens haar ziektebed. Ik heb altijd geprobeerd om, met de nodige afstand, een goede dochter te zijn.

De crematieplechtigheid was mooi en liefdevol. Mijn broer hield een speech waarin hij nadrukkelijk rekening hield met zijn zussen; dat was een prachtig gebaar van liefde van hem naar ons.

Toen ze was overleden, zei een vriendin: “Nu ben je vrij.” En zo voelde het ook.

Ik had dan wel geen lieve moeder, maar mijn moeder had wel een lieve dochter.

6 reacties op “Mijn narcistische moeder genoot van mijn angst”

  1. Hi Hedwig, Door jou verhaal kwam er bij mij het een en ander naar boven. De ogen van mijn moeder….die donkerbruine vuurspuwende ogen die dwars door je heen keken. Maar tevens waren die ogen ook zielloos. Er was niemand thuis zeg maar. En daarmee bestuurde ze de hele wereld die voor jou van belang was. En de jalousie van haar die vanuit die ogen sprak. Daardoor ben ik ook als een eilandje opgegroeid van mijn 3 broers. Dat is mishandeling Hedwig. Jou geen basisvertrouwen meegeven in het leven. Ik ben 70 en heb daar nog steeds last van. Dank je wel voor je verhaal!

  2. Oooh,wat is dit herkenbaar. Zo belangrijk dat dit bekender wordt,niet te geloven hoeveel mensen nog denken dat ouders altijd het beste met je voor hebben. Hoe vaak ik wel niet in boeken heb gelezen; ‘ouders doen altijd hun best’, ‘mishandeling is altijd uit onmacht’. Ja,soms maar dus niet altijd! Elke keer werd ik weer boos en verdrietig en twijfelde aan mijn eigen herinneringen. Alsof wat ik heb meegemaakt niet mag bestaan. Omdat het mensen niet goed uitkomt,het verstoord hun beeld. Ze blijven liever in sprookjes geloven.
    Wat goed Hedwig dat jij je verhaal hebt gedaan. Het voelt voor mij minder eenzaam nu. Ik heb ook veel uit de boeken van Koops gehaald.Eindelijk iemand die het beschrijft zoals het is.

  3. Wat een heftig verhaal. Ik dacht ook altijd dat ouders het beste met hun kinderen voor hebben, maar deze overtuiging klopt dus duidelijk niet. Wat vreselijk om zo op te moeten groeien en wat moedig om hier zo over te schrijven, ondanks weerstand van de buitenwereld. Fijn dat de liefde voor jezelf toch zo heeft kunnen groeien.

  4. Wat een herkenning. Ook ik kon het bijna niet geloven. Zo wreed kan iemand toch niet zijn. Maar mijn moeder kon echt zeggen…. Ik wurg je!! En kijk mijn eczeem…. Dat komt door jou!! Of mij voor de grap koppie onder duwen in het zwembad en dan moest mijn vriendinnetje lachen. Je gelooft het bijna niet. Spullen of dieren waar ik blij van werd verdwenen zo maar. En ik maar zoeken naar het hamstertje dat na 1 nacht uit zijn kooitje was gekomen. Nergens te vinden. Ik vraag mij nog steeds af… wat zij daar mee heeft gedaan. Gruwelijk en daarom kan ik het vaak niet eens geloven. De week nadat mijn pa op jonge leeftijd was overleden moest onze hond ingeslapen worden om hij overal plas liet gaan. Het was gewoon omdat hij niet op tijd uitgelaten werd. En zij… komt er mee weg. Is een keurige dame met enige kapsones. Niemand die mij gelooft. Ik heb alle contact met mijn familie verbroken. Mijn dochters niet. En dan nog bespeur ik valse spelletjes. Ik kijk uit naar de dag dat ik vrij zal zijn. Sterkte voor allemaal die hier mee te maken hebben. Zorg dat je licht en je bewustzijn groeit.

    1. Mooi geschreven lieve Hedwig en veel herkenning, maar dat wist je al omdat we elkaar regelmatig hierover “gesproken” hebben. Het zou fijn zijn als er meer bekendheid zou zijn over deze stoornis zodat slachtoffers sneller weten wat er speelt en niet hun hele leven het gevoel hebben niet volwaardig te zijn doordat er geen onvoorwaardelijke liefde en veiligheid was waar dat wel had moeten zijn.

Geef een reactie

Alleen de voornaam of een pseudoniem wordt bij plaatsing gebruikt. Het e-mailadres wordt niet getoond in de reacties.

Bij het plaatsen van een reactie ga je akkoord met de richtlijnen. Op basis hiervan worden de berichten ook gemodereerd. Het kan daardoor enige tijd duren voor je reactie zichtbaar is op de website. Het Verdwenen Zelf behoudt zich het recht voor om reacties aan te passen of niet te plaatsen.