Ik verkoop mijn ziel niet meer

Dit is een gastcolumn van Reigerschap

Narcisme komt niet alleen voor in persoonlijke relaties. De vader van mijn kind is een klassieke, helaas hoogintelligente, openlijke narcist. Ik heb me vrijwel helemaal los kunnen maken uit deze relatie, en kan alleen maar hopen dat de schade bij mijn kind beperkt zal blijken te zijn. Maar niet alle narcisten zijn overt (openlijk), niet alle narcisten zijn mannen en niet alleen in intieme relaties laten narcisten zich gelden. Mijn ex was niet mijn ‘eerste’ narcist; ik heb eerder onder een overte, mannelijke baas gewerkt. In een kort tijdsbestek van nog geen jaar van openlijke, persoonlijke verbale agressie werd ik tot een hoopje ellende gereduceerd. Maar vaak is het sluipender, heeft het te maken met oppervlakkige vriendelijkheid waaruit toch onmiskenbaar een denigrerende houding blijkt. Omdat die andere persoon zich belangrijker, beter, waardiger vindt dan jou, en dat laat doorschemeren. Het is moeilijk te scheiden van ‘gewone’ kritiek op iemands functioneren. Maar uiteindelijk laat het zich wel herkennen, als je let op hoe concreet en feitelijk de kritiek is, hoe helder de doelen, en vooral: hoe het eigenlijk met je collega’s gaat. Maar, en dat is logisch want daar stuurt de narcist op aan, zoek je de oorzaak bij jezelf, begin je jezelf uit te ‘verbeteren’ (uithollen is een beter woord!), maar blijken de doelen steeds hoger gesteld en worden de kritische geluiden steeds persoonlijker. Kenmerkend blijft echter: de zelftwijfel.

Ik wil jullie graag mijn verhaal vertellen, in de hoop op herkenning.

Het is inmiddels driekwart jaar geleden dat ik werd benaderd voor een mooie carrièrestap. Plaatsvervangend afdelingshoofd, goed salaris, goede crèche (wezenlijk voor een alleenstaande moeder), begripvol afdelingshoofd dat mijn positie maar al te goed begreep, omdat haar moeder langere tijd alleenstaand ouder was geweest. Midden in de storm die de rechtszaak die mijn ex tegen me heeft lopen, en die inmiddels al langer loopt dan onze relatie überhaupt geduurd heeft, was ik maar wat dankbaar voor dit geschenk uit de hemel. De ervaring met mijn ex rijker, en met mijn daardoor ontstane wantrouwen naar alles wat mooi, goed en welwillend lijkt, drong ik aan op een dagje meelopen. Het was jammer dat het uitgerekend die dag van alles misliep. De afspraken bij personeelszaken en de crèche bleken op onhandige momenten gepland, op de afdeling kwamen een paar klanten niet opdagen, de secretaresse met wie ik tot dan toe steeds contact had gehad, bleek ziek. Mijn eerste indruk was daarom een wat gestresseerde, een wat rommelige. Het afdelingshoofd baalde er enorm van, en was heel blij dat ik desondanks besloot de baan aan te nemen, en besloot dat we elkaar vanaf nu gewoon zouden tutoyeren. Dat voelde als een eer; de sector is formeel, en ik was blij met dit gevoel zo welkom te zijn.

Na de zomer startte ik. Mijn hoofd was enthousiast, en hield niet op me te prijzen. Toch maakte ik me wat zorgen over haar hooggespannen verwachtingen. De afdeling kwam me chaotisch voor. De medewerkers waren kortaf, en deden gejaagd hun werk. De agenda was een onoverzichtelijke brij van semi-geplande afspraken, die in de loop van de dag telkens veranderd bleken te zijn. Het viel me zwaar overzicht te krijgen, laat staan te houden. Er was geen inwerkplan, dus las ik me thuis in voor zover ik daaraan toe kwam, en stelde overdag vragen. Mijn afdelingshoofd toonde zich begripvol, maar gaf ook eerlijk toe dat de werkdruk op haar schouders het vrijwel onmogelijk maakte om diep op mijn vragen in te gaan. Tijd om me notities te laten maken was er ook vrijwel niet. Na twee weken duizelde het me, voelde me, ondanks mijn inspanningen, een zwakke vogel.

Veel dingen liepen anders dan wat ik er over had gelezen in de vakliteratuur, en datgene waaraan ik hoopte houvast te hebben uit mijn vorige werkplekken, leek meer in de weg te zitten dan dat ik er profijt van had. Mijn hoofd liet langzaamaan blijken toch wat teleurgesteld te zijn in het tempo waarin ik de dingen oppikte. Mijn vragen over de werkwijze deed ze af met ‚je werkt nu in een andere sector’ of ‚mijn ervaring is dat dit goed loopt, zo’. Ze stoorde zich er duidelijk aan dat ik dingen bevroeg, de andere medewerkers, vooral ene Marjon, maakten haar het leven ook al zo lastig met ziekmeldingen en werkweigeringen. Ze hoopte toch echt dat ze aan mij een goede steun zou hebben, maar maakte zich wel zorgen om mijn welzijn. Ze vroeg me regelmatig of het wel goed ging, bood me aan dat haar (werkloze) man wel op mijn dochter wilde oppassen, dat het me toch goed zou doen meer tijd voor mezelf te hebben, omdat ik zo aan mijn taks zat. Het gekke was: dat voelde helemaal niet als steun, maar het leek zo onaardig de welwillendheid af te wijzen.

Eigenlijk was het de bedoeling dat ik de afdeling een week alleen zou draaien, twee maanden nadat ik gestart was. Het hoofd had het daar moeilijk mee. Ik was duidelijk nog niet op het punt waarop ik de tent werkelijk zelfstandig kon draaien, en ze wilde me niet het gevoel geven er alleen voor te staan. Ze besloot niet op reis te gaan, maar in de buurt te blijven, voor het geval dat. Ook zou ze regelmatig online in de agenda kijken en mijn brieven nalopen om te zien of ik alles onder controle had. En ik mocht natuurlijk altijd bellen voor overleg; nu ik zo onzeker was, wilde ze niet dat ik zou bezwijken onder de druk.

De bewuste week gebeurde er iets geks. Het was hard werken, zeker, maar de secretaresses waren vrolijker, de bureaumedewerkers maakten grapjes, er werd gezamenlijk middagpauze gehouden, we aten zelfs een keer pizza met zijn allen. Toen ik Marjon bedankte omdat ze iets met spoed voor me in orde gemaakt had, reageerde die afwerend. Later kwam ze naar me toe om sorry te zeggen. Ze vertelde het onderhand verleerd te zijn hoe om te gaan met positiviteit, en dat ze vergeten was naar mij toe haar harnas uit te trekken. Ik schrok daar heel erg van: harnas? Ongemakkelijk gevoel bij positiviteit? Marjon vertelde me te vermoeden dat het afdelingshoofd burn-out is. Haar werkdagen had ze immers opgerekt van zes uur ´s morgens tot zes uur `s avonds. Ze had allerlei taken van diverse medewerkers overgenomen om hen uit de wind te houden. Iedereen, zo vertelde Marjon me, liep op zijn tandvlees. De druk uit het management was enorm, de productie moest omhoog, anders zou er sluiting dreigen. Iedereen had medelijden met het hoofd dat toch zo vreselijk haar best deed. De collega’s maakten overuren, maar kregen die niet uitbetaald. Desondanks kregen we niet meer personeel, en het personeel dat rondliep op de afdeling was frequent ziek. Toch vond Marjon het ook wel lastig met de situatie om te gaan. Meestal kreeg ze drie of vier opdrachten gelijktijdig, en later het verwijt dat iets niet snel genoeg af was gekomen. Taken die ze wilde uitvoeren had het hoofd dan maar alvast gedaan. Ze voelde zich op haar vingers gekeken, en telkens weer overvraagd. Nooit was het goed. En eigenlijk gold dat voor iedereen. Mensen letten niet alleen op hun woorden, maar ook op met wie ze wanneer praatten. Het hoofd had namelijk het gevoel dat mensen tegen haar samenspanden. Enkelen hadden te horen gekregen niet meer samen rookpauze te mogen houden, omdat hun onderlinge gesprekken tot stemmingmakerij zouden leiden. Het hoofd had hieromtrent zelfs contractjes opgesteld. En mij werd ook duidelijk dat wat het hoofd mij als feedback gaf, meestal niet, zoals zij beweerde, bij het secretariaat of de bureaukrachten vandaan kwam, maar uit de lucht gegrepen was.

Er bereikten mij achtergrondverhalen over het hoofd, over woede-aanvallen, over op-de-man-spelen, over dreigen met demotie, over een gealarmeerde ondernemingsraad, over het personeelsverloop. Over de naam die zij heeft in een wijde omtrek. De chaos, de angstcultuur, de o zo vriendelijk ogende maar ondertussen kleinerende of ronduit krenkende opmerkingen… Dit hoofd is niet burn-out, met dit hoofd is iets heel anders aan de hand. En ik voelde me gesteund toen de bedrijfsarts, bij wie ik op een gegeven moment huilend terecht kwam, mijn vermoeden bleek te delen.

Ik heb me afgevraagd: had ik het kunnen weten? Misschien. Moet ik het mezelf verwijten? Nee, natuurlijk niet. De love bombardement, het devalueren, het tegen elkaar uitspelen van medewerkers, de chaos, de angstcultuur: ik heb die niet gecreëerd. Er is me (weer) wat voorgespiegeld, in de werksetting dit keer, en ik ben, welwillend en vriendelijk als ik ben, ertoe verleid de mens en het plaatje te geloven.

De economie trekt aan, goed personeel kan iedereen gebruiken. Ik heb een goed CV, ben een vaardige kracht. En ik ben er trots op al bij de eerste rode vlaggen, en daaronder ook vooral mijn gevoel over mijzelf, serieus te hebben genomen. Al heel vroeg. Met de tips uit Iris’ boeken (en dat van Jan Storms) over hoe je de gekken van het lijf te houden, red ik het heus. De eerste sollicitatiegesprekken heb ik achter de rug, en ik kan al heel snel ergens anders starten. Ja dat betekent een inkomensachteruitgang, een flinke zelfs. Maar geen baan is het waard je gevoel van eigenwaarde op te geven. Ik verkoop mijn ziel niet meer.

8 thoughts on “Ik verkoop mijn ziel niet meer

  1. Hoi Reigerschap,

    Heel herkenbaar jouw verhaal over een narcistische leidinggevende op de werkvloer. Wat goed dat je het zo snel herkende en dat je op zoek gaat naar een andere baan. Wat een grensoverschrijdingen, zoals dat haar man wel even op jouw dochter zou gaan passen….?! En ook meer en meer jouw capaciteiten in twijfel trekken, je klein maken…… En de verantwoording systematisch bij de ander leggen zodat deze n. leidinggevende niet naar eigen falen hoeft te kijken. Het ligt altijd aan een ander.
    Wat goed ook dat je weg kunt komen, want niet iedereen is in een situatie waarin hij of zij dat kan. Als ik jouw verhalen hier zo lees, ben je een prachtig mens en een sterke vogel. Ik hoop dat je een werkplek krijgt waar je tot je recht gaat komen!

    Narcistische leidinggevenden kunnen zoveel kapot maken, zoveel mensen kapot maken en slecht zijn voor de organisatie. En dan nog de verdeel en heerstruc… Niemand die het door heeft omdat in organisaties daar meestal niet naar gekeken wordt. Het wordt vaak gezien als een conflict tussen twee personen. Als de leidinggevende van de leidinggevende dit niet ziet, dan staat het er slecht voor. Vertrouwenspersonen kunnen soms een hulp zijn.

    Op onderstaande website vind ik dat de dynamiek goed beschreven wordt:
    https://www.desteven.nl/training-coaching-vraagbaak/negativiteit-weerstanden-team-organisatie/macht-manipulatie-organisaties/narcist-manager-leidinggevende

    Zet ‘m op Reigerschap!

    • Hoi Isthe,

      Dankjewel voor je lieve woorden!

      Ik heb je link naar de desteven gevolgd, en echt: de opsomming kun je ongeveer één op één over nemen. Bizar gewoon.

      Overigens: ook Marjon is uitgevallen. Zij is wel zodanig onderuit geschoffeld dat ze nu zelfs (ambulant) psychiatrisch behandeld wordt, ze twijfelt aan àlles, en is werkelijk geëmotioneerd dat ik bevriend met haar wil zijn (terwijl ze een geweldige, authentieke en warme persoon is, mij lijkt het dus nogal logisch dat ik haar tof vind!)

      Van een andere collega heb ik inmiddels begrepen dat het hoofd het hoge verloop nu aan Marjon wijt, die zou zo onvriendelijk zijn. De valsheid ervan snijdt me door mijn ziel. Als er iemand hard liep…

      Maar zo zijn narcisten: zolang ze je kunnen gebruiken en leeg kunnen knijpen houden ze je aan, daarna word je gedachteloos over de schouder geworpen, of krijgt nog een trap na. Het is misdadig.

      Liefs,

      Reigerschap

    • Na 50 jaar ontdekte ik pas dat mijn moeder een verborgen narcist is. Mijn vader is een lieve man, die haar recht praat. Ik heb een oudere broer die altijd de prins was en nog steeds is. Twee jaar geleden heb ik even afstand genomen van mijn familie. Dat wordt me door moeder en broer nooit vergeven. Let wel, mijn vader is 88 en mijn moeder 80. Mijn vader is n intelligente man die zegt mij te begrijpen, maar mij geen gelijk kan geven, omdat ie achter zijn vrouw staat …
      Beide ouders zijn nog in relatief goede gezondheid! Mijn moeder is bitter, dat was ze natuurlijk altijd al, maar nu zie ik het pas. Ze haat mijn echtgenoot, die dat echt niet verdient. Mijn moeder is de ultieme jaloerse narciste. Ik heb het goed, woon in n mooie buurt, heb n goede baan, fijne ondernemende man, fijn kind. Mijn moeders aandacht en geld gaat alleen naar mijn broer en zijn gezin, en mijn moeder blijft haar uiterste best doen om mij te ondermijnen.

      Onderstaand relaas van zomaar een woensdagmiddag bevestigt dit.

      Zomaar n woensdag
      Even langs om belangstelling te tonen voor nieuwe (senioren)woning
      Onduidelijke technische tekeningen, maar ik ben enthousiast en doe mijn best om de tekeningen uit te leggen
      Had mam al aangeboden om keukens te gaan kijken, maar nee, dat hoefde nog niet

      Ik vertel dat ik problemen met mijn gebit heb, een brug die loszit en wellicht vervangen moet worden. Trek die hele handel er toch uit, zegt mama smalend – ze heeft zelf n kunstgebit- Nee hoor, dat meen ik niet, zegt ze
      We gaan uit lunchen, mam zet bitter haar pruik op en zegt kloteding
      Ik zeg, als dat alles is
      Hou toch op jij, ik wil jou wel ns horen met zo n pruik
      Nou mam, je bent 80, ik weet niet eens of ik dat haal
      Met pap en mam in de auto – ik bied aan te rijden- hoeft niet. Papa rijdt gevaarlijk rechts van de weg, en soms te hard, maar ik houd me in. Bij parkeerplaats aangekomen wil ik pap in de arm nemen om naar binnen te gaan. Dat kan ie best zelf, zegt mam. Dat bepaal ik wel zeg ik. Maar toch laat ik hem los. Omdat zij niet wil dat ik hem ondersteun. En ik gehoorzaam.

      De dochter van de eigenaar komt n praatje maken; ja, zegt mam, normaal klopt ze me altijd op mijn schouder omdat ze me zo aardig vindt, maar nu toevallig niet.

      Jammer dat er geen supermarkt is daar, zegt pap. Zeker als ik niet meer kan rijden. Ik zeg, geen probleem, AH bezorgt ook thuis. Ik bestel alles wel online voor jullie. Nee, zegt mam, dat kunnen we ook zelf. Oh, zeg ik, maar jij kunt toch niet met de computer omgaan? Ja, maar dat wil ik wel, maar hij zit er altijd achter …

      Wat leuk zeg ik, dat die man bij die gelegenheid papa zo interessant vond. Ja, ja, zegt mama op n bittere toon. Ik zeg, waarom kun je niet gewoon zeggen dat dat hartstikke leuk is? Dat een jonge man graag naar papa luistert?
      We rijden na de lunch naar de bouwlocatie – het werd tijd dat jij ns kwam kijken- zei mam al eerder
      Modderige boel, dus ik ga alleen. Laat mijn tas achter in de auto; die tas is na terugkomst in de auto verplaatst. Vreemd.
      Ik blijf enthousiast. We rijden naar huis. We roken nog n sigaret. Is jouw schoonmoeders’ flat verkocht vraagt ze. Nee, zeg ik, dat is ons appeltje voor de dorst en misschien gaan we er later wel zelf wonen. Dat wil jij niet, zegt ze.

      Ik ben flabbergasted, reageer er niet op.
      Stap in mijn ruim 20 jarige auto – eerder turkenbak genoemd door mam- laat nog even weten dat ie zonder kosten wederom goedgekeurd is- en rijd naar huis.

  2. Herkenbaar: ja zeker.
    een vriendin van mij zit in de ziektewet, gaat voor de helft weer beginnen. Ze is erg ervaren in dit werk en beter opgeleid dan de nieuwe directeur, de N.
    ze heeft een vergadering met een kleine groep mensen en zegt: ik zet het wel even op papier en doe er wat tekeningen bij.
    Vijf minuten nadat ze dit heeft rondgestuurd krijgt ze bericht van haar baas, dat ze haar boekje te buiten is gegaan. Ze zit nog in de ziektewet en dit is niet de opdracht aan haar in deze periode van weer langzaam aan het werk gaan ruiken. Kortom: ze mag alleen opdrachten van anderen uitvoeren en niet zelf voorstellen doen. Sic!
    Kennelijk kan ze het wel. Ze schudde dit voorstel aan haar groepje zo uit haar mouw en wordt terug gefloten nu, omdat ze weer teveel werk op zich zou nemen en zo haar herstel tegen te werken.
    bezorgdheid? Nee, ze baalt als een stekker.

    Je schrijft;
    ‘Maar vaak is het sluipender, heeft het te maken met oppervlakkige vriendelijkheid waaruit toch onmiskenbaar een denigrerende houding blijkt.’
    Zeer herkenbaar. Brrrr.

    en ‘Kenmerkend blijft echter: de zelftwijfel’

    Aan het effect op jou herken je de narcist.
    Dat is mijn test ook: het effect dat de narcist op jou heeft, maakt hem of haar herkenbaar als narcist.

    Dat wil zeggen dat je een goed vertrouwen en bewustzijn van je eigen reacties moet opbouwen.
    De bereidheid om als je voelt “dit wil ik niet, ik wil het niet” daar ook vanuit te handelen en knopen door te hakken. Dus ook vriendschappen van jaren achter je te laten. Hoe pijnlijk ook.

    Ook ik verkoop mijn ziel niet meer.
    Het komt weer net op tijd bij mij binnen !

    Uiteindelijk kan je niet anders dan jezelf zijn.
    en merken dat dat het begin is van je levenslust.

    groetjes voor iedereen op de site 😉

  3. Zeker herkenbaar, helaas. Ook ik heb meer dan een narcist ervaren in mijn leven, tot mijn grote spijt. En de laatste was een vrouwelijke leidinggevende. Ze is nu weg. En je wil niet geloven hoeveel dossiers we open doen waar een naar luchtje aan zit of die helemaal leeg blijken te zijn. Wijblijven achter met een grote puinhoop terwijl mevrouw haar nieuwe baantje heeft binnen weten te halen. Ik praat regelmatig over haar met haar initialen. Toch ontdekte ik het niet zelf. Een collega opende mij de ogen. Ik barstte in tranen uit. De bedrijfsarts was heel boos op haar. Niet dat dat iets uithaalt, bedrijfsartsen hebben geen structurele invloed.
    Wat ben ik blij dat ze weg is. Waar zijn werkt daar blijf ik maar uit de buurt. Ik ben nu gezond, en kan veel meer aan dan in de tijd dat zij de kans kreeg ons te ondermijnen.
    Ik wou dat er iets tegen te doen was.
    Er zijn zo veel leidinggevenden die maar wat roepen, met veel aplomb. Maar er zijn er niet zoveel alszij, gelukkig, al iselke narcist er een teveel, die anderen ondermijnen en zelf zo weinig presteren. Ik liep op mijn tenen, deed haar werk erbij, en werd ondertussen gegaslight. Niet bestaande afspraken die ze me verweet te hebben gemist, met een diepe zucht erachter aan, deadlines die een half jaar te vroeg vielen, onredelijke eisen waar ze achteraf zelf totaal biet aan voldeed, volkomen narcistisch gedrag uit het boekje. Ja, ook de love bombardement inderdaad.
    Echt iedereen mopperde over haar, op een enkeling na die ze voor haar karretje spande en met wie het dan ook moeilijk samenwerken was.
    Ik heb mijn zelfvertrouwen terug, maar het heeft me jaren gekost.

  4. Heel herkenbaar weer. Ik werkte voor een dame die ook heel vriendelijk en aardig was naar mij toe, naar anderen toe, maar ondertussen liepen de medewerkers uit haar team hard gillend weg, omdat ze het niet meer trokken. En er kwam niemand voor terug. Het werd op de reorganisatie geschoven, het lag aan het bedrijf werd er gezegd, maar ondertussen hield het hoger management ook het hand boven haar hoofd en zagen ze niet wat er echt gebeurde.

    Ik noemde het micro-management, elk rapport, elke mail die ik wegstuurde, moest eigenlijk langs haar, door haar gecontroleerd worden. En dat weigerde ik na korte tijd. Ik kon niet de professional zijn waarvoor ze mij ingehuurd hadden. En achter mijn rug om, zo bleek later, werden er leugens verspreid. Dat ik de boel niet onder controle zou hebben, dat het een zooitje was, enzovoort. Ik was met stomheid geslagen toen ik dat hoorde (en mijn opvolger ook).

    Ook zij werkte 24×7, op de raarste momenten kon je een mail van haar verwachten. Zij offerde zich wel op voor het bedrijf, voor het project, voor alles, en ondertussen liep het niet en ik had geen idee waarom niet. Ook daar was de sfeer beter als zij er niet was.

    Ik had medelijden met haar man en kind, omdat zij zoveel werkte. Nu vraag ik me af, door dit verhaal, of zij niet ook narcistisch was. Ja, genoeg narcisten in mijn omgeving, maar nee, ik herken nog steeds geen narcist, ook al hoop ik het wel. Uiteindelijk heb ik 6 maanden met haar samengewerkt totdat ik weg moest … weggestuurd werd.

    Heel blij dat ik daar weg ben, blij dat ik daarna een nieuwe, leukere opdracht kon krijgen. Lang leve freelancer zijn, ik kan altijd weg, maar die opdracht spookt soms nog wel door mijn hoofd. Wat had ik daar beter kunnen doen? Hoe had ik het beter kunnen doen? Zelftwijfel is iets wat ik mijn hele leven al heb, met dank aan mijn narcistische moeder, maar nu, door dit verhaal, vermoed ik dat ik niet veel meer had kunnen doen.

    Excuses voor het lange verhaal, maar dank je wel voor het delen! Weer wat geleerd.

Geef een reactie