Dit is een gedicht van Jedidja.
Als je bent opgegroeid met een destructieve ouder, dan werd je gevoel van eigenheid – je ‘eigen ik’ – al onderdrukt nog voordat je de kans had om te ontdekken wie je was. Die ouder probeerde te bepalen wie je was, wat je dacht, hoe je je gedroeg. Maar je zelf is nooit helemaal verdwenen. Jedidja schreeft hier dit aangrijpende gedicht over.
Pa,
Je bent tegen abortus
Maar je hebt mij van mijn ik beroofd
Je bent tegen euthanasie
Maar je hebt nooit in mijn leven geloofd
Mijn eigen ik
Ze werd vertrapt veracht
Ze moest zijn wat jij wilde
Je hield haar in jou macht
En nog voordat ze spreken kon
Gaf jij haar jouw woorden
Nog voordat ze luisteren kon
Was het jouw oordeel dat zij hoorde
Mijn eigen ik
Werd steeds meer jij
Ze paste zich maar aan
Voelde zich niet vrij
En nog voordat zij bestond
Werd zij al afgeschreven
Nog ver voordat ze er kon zijn
Bepaalde jij haar leven
Mijn eigen ik
Zie haar daar nu staan
Hunkerend naar erkenning
Naar toestemming om te bestaan
In elke relatie komt zij jou weer tegen
is er van binnen zoveel onveiligheid
Moet ze steeds weer balanceren
Tussen veilige afstand en nabijheid
En toch; voordat ze op kan geven
Voordat ze zich gewonnen geeft
Zal ik zelf dat meisje gaan ontmoeten
En vieren dat zij leeft
#narcismeheeftniethetlaatstewoord

3 reacties op “Narcisme heeft niet het laatste woord”
♥ ♥ ♥
“Nog voordat ze spreken kon. Gaf jij haar jouw woorden, Nog voordat ze luisteren kon, Was het jouw oordeel dat zij hoorde”
Deze regels bleven zo hangen. Ik moest ze een paar keer lezen.
Bij mij waren het allebei mijn ouders en ik herken precies dit. Die stem in mijn hoofd die niet van mij is. Die oordelen die ik al meedraag zolang ik me kan herinneren, en die ik zo lang voor mijn eigen gedachten heb aangezien. Ik wist niet beter. Dit was gewoon… hoe het was.
De boeken van Iris Koops hebben me wakker geschud: wat ik aannam als ‘mijn leven’, bleek een flauw aftreksel te zijn van het leven wat ik zou kunnen hebben. Iris schrijft over het gif dat j eruit moet werken. Ik ging begrijpen wat ik had meegemaakt en dat ik me niet hoefde neer te leggen bij hoe het geworden was.
En nu dit gedicht. Eh, ik ben een man. ‘We’ praten hier meestal niet zo snel over. Maar dit gedicht maakt iets los. De manier waarop Jedidja schrijft over dat meisje dat hunkerend is naar erkenning; dat ken ik. Dat jongetje in mij staat er ook zo bij. Al heel lang.
Wat me het meest raakt is het einde. Dat ze ervoor kiest om dat meisje te ontmoeten. Niet op te geven. Dat voelt als een uitnodiging, ook voor mij. Omdat ik wil weten wie ik ben zonder al die stemmen van hen. Ik wil mijn eigen stem ontdekken, eindelijk.
Mooi.