Marionet

Dit is een gastcolumn van Jeannette.

Vanaf mijn eerste herinnering was ik een marionet waarvan anderen de touwtjes strak in handen hadden. Buiten de pas lopen werd ongenadig afgestraft. Na ruim veertig lange jaren de voorstelling van anderen te hebben gedanst knapten, door de loodzware rollen, uitputtende scenes en onmogelijke poses uiteindelijk alle touwtjes. Waardoor ik met een harde doffe dreun in de diepe, duistere, uitzichtloze afgrond belandde.

De regie over mijn eigen touwtjes zoek, was mijn eerste aanknopingspunt de mannelijke spelers uit mijn leven. Mijn Vader had in zijn eigen toneelstuk uiteraard de regie en hoofdrol.

De touwtjes onzichtbaar, met name afwezig en zwijgend onderging hij zijn rollen als dapper verzetsstrijder, treurige weduwnaar met twee dochters en de knappe charmante Prins op het witte paard van mijn Moeder. Als door haar Prins betoverd, speelde ze haar rollen als zijn uitvoerend producent, persoonlijk assistent, vertolker, minnares en stiefmoeder voor zijn 2 dochters dienst- en dankbaar. Feilloos, met de precisie en gratie van de perfecte marionet (be)diende ze hem naar zijn wensen. Applaus vroeg en kreeg ze niet.

Ik was de mislukte liefdesbaby. De wens van de regisseur op een waardige mannelijke opvolger was tot zijn grote teleurstelling niet in vervulling gegaan. Mij restte slechts een figurantenrol. Met een schattig jurkje, lakschoentjes en haartjes strak in de krul was lief, mooi, stil en onzichtbaar zijn mijn taak. Mijn moeder was, als vervangster in het oude decor met de trouwring van haar gevierde voorgangster om haar vinger, altijd gespannen,  doodsbang om uit haar rollen te vallen.

Te klein om de teksten te begrijpen, werd het uit de toon vallen mij en mijn Moeder als indringers flink aangerekend. Als ze de spelers niet goed bestuurde hoorde ik s’ avonds in bed de regisseur boos scènes repeteren. Wijze teksten die ik goed onthield, net als mijn Moeder. Ik moest later achter de schermen ook de plooitjes perfect glad weten te strijken.

Als moeilijk te regisseren (ik hing nog wel eens dwars en tegendraads in de touwtjes), pakte ik het eerste aanbod op een eigen rol als jeugdliefde, echtgenote en Moeder met beide handen aan. Weg uit het ouderlijk drama, de jaloerse medespelers en het kritische publiek mét het goede huwelijk van mijn ouders voor ogen begon nu mijn eigen sprookje.

Op een roze wolk in de schijnwerper, mijn tegenspeler speelde zijn rol als Vader en echtgenoot overtuigend mee, ontdekte ik zijn schnabbels als charlatan en luxepaardje. Zijn gemaakte misstap, de onvrede en bedenkingen die ik bij mijn rol had werden zo ongezien een excuus voor het verbreken van het contract. Volgens mijn Moeder – in de rol van vertolker, de regisseur zweeg zoals gewoonlijk – had ik vast buiten de pas gelopen en mijn rol niet goed gespeeld. Ze waarschuwde me nog zo dat er voor een alleenstaande moeder en – niet te vergeten – mijn beperkte spelkwaliteiten geen behoorlijke rol weggelegd zou zijn. Ze kreeg gelijk, de enkele kortstondige vernederende bijrollen in een narcistische voorstelling hield ik uit schaamte ook ver van het ouderlijk theater. De harde regie en de erin geramde teksten, mijn aanpassingsvermogen tot het uiterste op de proef gesteld, had zijn vruchten afgeworpen en ik werd gescout voor een Hoofdrol in een psychopathisch drama.

Op auditie bij mijn Moeder en grote voorbeeld, haar wijze mening doorslaggevend, leek mijn tegenspeler tot haar grote vreugde op onze pas overleden Hoofdregisseur. Zijn rol net als mijn Vader met ultieme charme en passie gespeeld, hij droeg ons op handen, sloten wij de ogen voor zijn slechte kritieken en recensies. Door zijn aanhoudende adoratie en toewijding, hij had me op een hoog voetstuk geplaatst, gaf ik hem alle touwtjes en regie in handen. Het ging me meer dan goed en ik kreeg alles wat mijn hartje begeerde dus danste ik op blind vertrouwen met hem mee. Het applaus uiteraard voor mijn tegenspeler die mij zo goed in de pas deed lopen tot… ik out of the blue met de harde klap van het podium viel. Ik was geschokt, dit stond niet in het script, mijn tegenspeler moest vast een fout gemaakt hebben. De vanuit het diepst van zijn ziel gespeelde verontwaardiging en verdriet deed me diep buigen voor mijn slechte gedachten. Hij was immers uit zijn rol gevallen omdat ik buiten de pas liep. Ik had deze wijze teksten eerder gehoord, dus deed ik nog harder mijn best om in de pas te lopen. Door de druk van de uitputtende psychopathische scenes, en de urenlange repeterende teksten, bleek ik tot mijn schaamte en grote woede van mijn regisseur steeds vaker uit de pas lopen. Een wreed afgerukt verbindend touwtje en een onzichtbare rol achter de coulissen was mijn verdiende straf voor de mislukte voorstelling. Geïsoleerd, spartelend aan de laatste touwtjes, vast gebonden aan een dodelijk wurgcontract moest ik, voor mijn tegenspeler mij definitief van het toneel zou laten verdwijnen, de laatste verbindende touwtjes verbreken…

Bijgekomen van de val zag ik tot mijn grote verbazing in de diepe duistere uitzichtloze afgrond een klein lichtpuntje waarin meerdere identiteitsloze marionetten schuchter in een hoekje zaten.

Elkaar voorzichtig aftastend, ons lot en kracht verbonden zochten we samen in de inktzwarte duisternis op ons nauwelijks werkend gevoel naar de grote knoop van verwarde touwtjes. De gezamenlijke (h)erkenning en ervaringen deden ons samen de knopen vinden, ontwarren, aan elkaar (ver)binden en weer naar boven klauteren. Uit het destructieve toneelstuk van de narcist was het loslaten van de nog voelbare touwtjes en regie, het creëren van een eigen rol en identiteit weer opnieuw leren lopen. Het samen met bondgenoten struikelen, hard hollen en stilstaan, vallen, opstaan en de valkuilen doorzien was voor mij nu 10 jaar geleden een krachtig waardevol proces in mijn groei, dat ik graag doorgeef.

  1. Ik loop door een straat
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik val erin.
    Het is mijn schuld niet.
    Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.
  2. Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik doe alsof ik het niet zie.
    Ik val er weer in.
    Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben .
    Maar het is mijn schuld niet.
    Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.
  3. Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik zie dat het er is.
    Ik val er weer in……… Het is een gewoonte.
    Mijn ogen zijn open.
    Ik weet waar ik ben.
    Het is mijn schuld.
    Ik kom er direct weer uit.
  4. Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik loop er omheen.
  5. Ik loop door een andere straat.

bron: Het Tibetaanse boek van leven en sterven

Jeannette Sliggers
Groepsleider Herstelwerkgroep Zwolle

6 thoughts on “Marionet

  1. Prachtige wijze woorden, Jeannette, en het had ook mijn verhaal kunnen zijn. Ik ben pas aan het herstellen sinds augustus ’15 en het valt me zwaar, waarschijnlijk omdat ik nu al 62 ben, maar ik moet en zal en wil erdoor voor mijn huidige man, de enige die ik nog over mocht houden. Hij is de enige die mij gelooft en mij steunt! Wonderbaarlijk toch, dat het lotgenotencontact zo’n enorm verschil maakt en dan natuurlijk een fijne therapeute.
    Heel veel sterkte en een rijk en veelbelovend, vredig 2016!
    Hanneke.

    • Dank je wel Hanneke, fijn dat het je herkenning geeft en je zoveel steun krijgt van je man.
      Ik ben zelf ook nog regelmatig (blij) verrast van het effect van het bond/lotgenoten contact. De groep die ik momenteel mag begeleiden (ik ben geen therapeut, maar ervaringsdeskundig), we dragen elkaar, zo als jij het al benoemde op wonderbaarlijke wijze. Hun groei en verdubbeling van kracht van dichtbij mee te mogen maken is heel bijzonder. Ik wens je heel veel sterkte en kracht in je herstel en groei.
      Hartelijke groet,
      Jeannette

  2. Hoi Jeanette,

    Dank voor je beeldende verhaal. En vooral: voor het hoopgevende gedicht.

    Na het lezen (en herlezen, en nogmaals lezen) van Iris’ werkboek, herken ik de manipulaties die me gevoelig gemaakt hebben voor gemengde boodschappen. Of dat gemanipuleer ook betekent dat ik bij een narcist ben opgegroeid – ik weet het niet. Of misschien wil ik dat (nog) niet onder ogen zien. Maar misschien is mijn moeder ook wel “gewoon” een codependent, en heeft ze, met haar manipulaties enerzijds en haar functie als rolmodel anderszijds, mij ook codependent ‘gemaakt’.

    Dat dat (mis)vormingsproces net een slecht toneelstuk is, en ik dus later ook in ‘slechte films’ spelen zou – wat een fantastische vergelijking! Want zo is het precies!

    En dan dat gedicht!
    Dankzij Iris’ heldere uiteenzetting van de gebruikte manipulaties, het gereedschap in de trukendoos, herken ik dat ik weer in het gat ben getrapt. Ik heb veel steun aan een vriendin die hetzelfde proces heeft doorlopen (en veel verder is). Hopelijk loop ik, net als de dichter, en mijn lieve vriendin in de toekomst gewoon een blokje om…

    Omdat ik niet meer nieuwsgierig ben naar de puinhoop rond het gat in de stoep. Me niet meer pas relevant voel als ik mijn hulp bij het gat aangeboden heb. Omdat ik genoeg heb aan mijzelf.

    • Beste Hanneke, het ontdekken van het toneelspel van de narcist is voor sommigen een lange weg. Je wist immers niet beter. Je leefde in het toneelstuk, het was je leven.
      Ik hoor vaak van slachtoffers……ik ben altijd al anders geweest ( volgens de narcist).
      Tot de ontdekking komen dat niet JIJ anders bent, maar in een illusie ( narcist) geloofde, een hele impact in je leven.

      Ook ik heb veel getwijfeld aan het narcisme van mijn Vader omdat hij getraumatiseerd was ( verzet). Ik weet het nog steeds niet zeker, maar het is goed zo. Ik ga verder.

      Ik wens jou, en je vriendin veel kracht en bondgenootschap.

      Groetjes Jeannette Sliggers

Geef een reactie