‘Meegesleurd in de donkerte van je wereld’

Dit is een gastcolumn van Anna

Papa, deze is voor jou. Omdat het moet, omdat ik niet langer kan toneelspelen, omdat ik op mijn zesendertigste na een proces van zes jaar vol geloof en ongeloof afscheid wil nemen van wat is en wat was.

Nog een keer extra naar het toilet gaan, de juiste muziek opzetten, exact het goede licht proberen binnen te laten. En dan… schrijven. Het maakt me zenuwachtig om dit op papier te zetten. En dat merk ik aan mezelf, ik wil de controle houden. Terwijl ik weet dat het juiste licht en de perfecte schrijfplek er niet voor de volle honderd procent toedoen, observeer ik mezelf. Een energie van angst, stress en onrust neemt het over. Ik wil er niet aan beginnen, en toch het moet geschreven.

Ik word boos op mezelf. Het plannetje wat jij met me had, lukt. Want eigenlijk ben ik boos op jou. De twijfel, de onrust, de stress, komt door jou. Omdat ik het niet kan uiten naar jou, omdat het er niet mag en nooit mocht zijn, word ik boos op mezelf. Ik word boos omdat ik uitstel, omdat alles ‘perfect’ moet zijn voor ik aan iets spannends begin. Dat destructieve patroon naar mezelf, daar ben je in geslaagd. Niet ‘alleen’ ongelukkig zijn, maar meteen het hele gezin. Dat is makkelijker voor je om te dragen, toch?

Ik zit op een hotelkamer, in een stad waar ik helemaal open bloei. Ver weg van huis, ver weg van thuis, van mijn huidige woonplek. Tegelijk een stad die soms ook te creatief en snel voor me is, daarom kan ik hier niet meer wonen. Maar voor dit schrijven wou ik ver weg zijn. Mezelf geruststellen als ik jouw gefrustreerde gezicht voor me zou zien, als ik jouw verwarde bedoelingen weer zou voelen. Diegene die je niet altijd uitsprak of uitschreeuwde, maar heel subtiel aangaf door een gezichts- of lichaamsuitdrukking. Net als het leren van gebarentaal, leerde ik ze allemaal.

In deze stad weet ik dat je niet dichtbij bent. Dat je me niets kan maken.

Ik was negen. Een zelfstandig kind, voldoende zelfvertrouwen. Ik wist wat ik wou, wat ik graag deed, ik had hele fijne vriendinnetjes. Er waren wel eens ruzies, wat misverstanden, maar met behulp van de juf en de skills die we toen hadden, losten we dat wel op. Ik koos wel eens een verkeerd vriendje, want ik bleef mijn nieuwsgierige zelf. Maar ik merkte al gauw op dat ik bij dat nieuwe vriendje niet gezien werd. Dat hij of zij vooral zelf in de spotlights wou staan en anderen daarvoor gebruikte. Teleurgesteld droop ik af, altijd weer welkom bij mijn oude vertrouwde klasgenootjes. Gewoon terug verder tikkertje spelend op de speelplaats. Wist ik veel dat dit toen al heel bepalend gedrag was voor mijn toenmalige thuissituatie.

Jij was veel weg. Je werkte onregelmatige uren en je werkte ver weg. Ik werd opgevoed door mijn moeder, bij mijn broer en mijn grootouders. Op zo’n moment was het gewoon rustig, de boekenkast was mijn favoriete plek. Was jij thuis, dan herinner ik me de energie van een sneltrein, alsof ik draaierig werd in mijn hoofd en gewoon omver kon vallen. Wat niet mocht, want ik mocht niet opvallen. Alles wat ik deed werd gezien als willen opvallen. Als aandacht vragen van jou.

Nog steeds papa, durf ik niet te stil en niet te luid te zijn in jouw buurt. Durf ik niet voorbij je te lopen, maar me ook niet te verbergen. Alles is voor jou een aanleiding om een opmerking te maken, om de aandacht naar jou toe te trekken.

Wanneer jij over mijn schoenen struikelde, die netjes langs de kant stonden omdat jij me dat zo dwangmatig had geleerd, dan was het mijn schuld. Ik moest nog beter uitkijken waar ik ze neerzette. Als ik over jouw schoenen struikelde, die jij parkeerde waar je wilde, dan was het mijn schuld. Ik moest beter uitkijken waar ik liep.

En toen kwam het moment waarop je van werk veranderde, een nine to five job. Voor mijn moeder een verademing, want zo moest ze niet alles meer alleen doen. Voor mij begon de ware hel, mijn wereld zou in twee jaar tijd compleet veranderen.

Overal wou je bij zijn, ik herinner me momenten waarop ik mijn huiswerk niet zelf mocht maken. Bij de beoordeling in de klas voelde ik me een rasechte leugenaar. Onze tanden mochten we maar één keer per week poetsen. Jij deed dat trouwens ook en ‘er was niets mis met je gebit’. De tandenpoetskalender van school, daar moesten we dan maar op liegen. We mochten kruisjes zetten waar we maar wilden, als het maar geloofwaardig overkwam naar de juf of meester. Je sprak niet over mijn wiskundige talenten. Geschiedenis en aardrijkskunde, wereldoriëntatie en biologie; daar moest ik goed in zijn. Dat had ik nodig in mijn latere leven. Grappig dat dat net de vakken waren die me geen moer interesseerden. Weet je nog dat ik toen heel veel vanuit de woonkamer naar de keuken liep, papa? Ik had daar namelijk pen en papier, en ik schreef heel wat aardrijkskundige en biologische weetjes op. Toen al begon ik te geloven dat ik het anders niet zou maken in het leven. Of was het gewoon uit angst voor jou?

Mama werd ons grootste project. Ik hield ervan om achter haar aan te lopen, mee het kamertje in waar ze zich opmaakte. Ik hield van de vrijheid als zij in de buurt was. Maar ineens mocht dat niet meer. Mama was van jou, en ik moest overal in jouw buurt blijven. Naar mijn ervaring werd ik sindsdien, samen met mijn broer, enkel nog opgevoed door jou. En ook al was ik (fysiek) nog bij mijn moeder, was ik (fysiek) nog bij mijn grootouders, jij vormde een muur tussen ons in. Je jaloezie, je frustratie. Je voedde me op alsof je mijn tweede broer was, die ten volle alle beslissingen over me mocht nemen. Die waren verwarrend, gebaseerd op wat jij voelde, of misschien net niet voelde. Ik ontwikkelde een dwangneurose, want er was geen authenticiteit. Ik kon jou niet aanvoelen, ik wist niet wat je van me wou. Dan maar liefst tien keer de lamp aantikken om zeker te zijn dat er een beetje standvastigheid in mijn leven was.

Ik richtte me op de verkeerde vriendinnetjes, alsof ik opeens enkel hen kon zien. Één van hen deed me fysiek pijn en eiste alle aandacht op. Het enige wat ik wou, was dat zij me leuk vond. Als dat zou gebeuren zou ik weer naar mijn oude, vertrouwde vriendjes kunnen. Dat gebeurde natuurlijk niet, en toen ik elf was kreeg ik paniekaanvallen op school. Iedere dag stond ik huilend op de speelplaats, maar plots waren die begripvolle juffen en meesters nergens meer te bespeuren.

Je haatte creativiteit, papa. Je kan zelf heel goed tekenen, dus waren mijn tekeningen nooit echt goed genoeg. Als ik zong dan was dat vals, en toen ik op latere leeftijd wou deelnemen aan The Voice was dat een grapje voor jou. Schrijven en lezen kon ik gelukkig in stilte. Dat werd mijn geheime wereld. Een talent waar je nooit iets over zei. Misschien dat ik deze daarom tot op de dag van vandaag makkelijker kan uitvoeren dan het zingen en het tekenen. Tegelijk adoreer je de tekeningen van je zus, mijn tante. Die kregen een ereplaats in kadertjes aan de muur. Over mijn werk, wat mijn moeder gelukkig apprecieert en een plaats geeft, zwijg je.

Deze manier van leven ging door tot ik dertig werd en niet meer kon. Als kind onder jouw beleid, verlangde ik om volwassen te zijn, ik wou mijn eigen beslissingen nemen. Jij had me ondertussen al meegesleurd in de donkerte van je wereld. Voor mij bestond er niets anders meer dan angst en een emotieloos leven. Ik werd niet verliefd op een leuke jongen, ik had geen passies, geen hobby’s. Het huis voelde voor mij aan als een kooi. Maar ik was ook bang om zonder mijn moeder iets te ondernemen. Ik wou vooral bij haar zijn, wat niet kon en niet mocht. Als volwassene heb ik ondertussen ruimschoots mijn tijd met haar ingehaald. Ik begrijp nu dat ik zoveel van haar had kunnen leren. Maar dat deed ik niet, ik groeide niet, ik leerde niet, ik evolueerde niet. Mijn huisarts vertelde me later dat je fysiek je eigen groei kan tegenhouden, toen ik op mijn dertigste in herstel was bij haar en ineens fysiek als een sneltrein begon te veranderen. Nou niet alleen fysiek, er leek een opening waarin alle groei in flitsen naar me terugkwam. Heftig, maar ook mooi.

Je bezorgde me een trauma, papa. De angst om me opnieuw niet meer te ontwikkelen, om opnieuw in een soort bore-out terecht te komen, in verkeerde en zelfs gevaarlijke situaties. De angst voor mannen, overheersend slechte ervaringen waardoor ik niet (meer) weet hoe de juiste aanvoelen. Hoe die slechts een fantasie zijn in mijn hoofd. Je leugens, je zwijgen, mijn drang naar de waarheid. Je als een jaloers klein kind soms verschuilend achter het gedrag van mijn broertje, waarbij je gewoon meedeed met zijn kindse onschuldige pesterijen tegen mij.

Jou volgen, maakt me rustig. Maar dat is schijn. Het maakt jou rustig, voor eventjes. Niet mij.

Ik heb je altijd als vader beschouwd, maar nooit als vader ervaren.

Ik laat je los.

Anna

Lees hier Anna’s vorige blog

6 gedachten aan “‘Meegesleurd in de donkerte van je wereld’”

  1. Lieve Anna, wat vreselijk wat je allemaal moet meemaken. Wat beperkend… heel beklemmend. Wat mooi en duidelijk geschreven. Ik gun je alle goeds en vrijheid…

    1. Hey Monique, dankjewel voor je reactie. Het verhaal moest, na tientallen jaren van stilzwijgen en soms nog steeds in mijn omgeving, een keer verteld. Blij dat er een platform is waar dit, hetzij anoniem dan, kan.
      Dankjewel voor je lieve wensen. Groetjes

  2. Zo!! Wat een herkenning!! Die dwangneuroses had ik ook als kind. Sinds ik een nieuwe vriend heb die niet meer emotioneel afwezig is zoals mijn vorige partners en mijn ouders, word ik enorm met wat ik zie als de laatste restjes van mijn narcistische opvoeding geconfronteerd.

    Ik heb al heel veel doorgeworsteld gedurende mijn 56 jarige leven, maar er was één ding dat me maar giga dwars bleef zitten en ik begreep het maar niet wat het exact was. Het was mijn laatste grote blinde vlek. Sinds een paar dagen weet ik het ineens. De angst namelijk om mezelf te zijn OOK AL ZOU DAT POTENTIËLE CONFLICTEN OP KUNNEN LEVEREN MET ANDEREN. Zo, daar staat het. Dit heeft mij mijn hele volwassen leven doen onderpresteren, wegkruipen, overgevoelig (understatement) zijn voor de mening van anderen etc. en heeft ervoor gezorgd dat ik een perfectionist ben die zich tot in het oneindige op alles, maar vooral eventuele problemen/conflicten voorbereidt (plan A, B en C), die zich onbewust, dwangmatig, als een kameleon steeds onderwerpt en klein maakt bij elke verandering van haar omgeving. ‘Oh als ik maar in harmonie blijf!!!’ 😮

    Ik herken dat ook in jouw verhaal. Je moet eerst PERFECT zijn anders kun je het eenvoudigweg niet doen. Want, stel dat je iets verkeerd doet en de ander wordt boos en je had dat niet ingecalculeerd en er dus geen controle over? Nu ik me hiervan bewust word, verdraag ik dat gevoel van zelfsabotage dat hiermee gepaard gaat, niet langer! Maar die aangeleerde gewoonte om in voortdurende zelfkastijding te leven is hardnekkig, want zelfs nu ik me hiervan bewust ben, merk ik dat het zo vertrouwd is dat desondanks iets in mij nog steeds probeert alle rimpelingen die ik zou KUNNEN veroorzaken in mijn omgeving, glad te strijken door mezelf in elke nieuwe situatie op voorhand alvast op non-actief te zetten, mezelf en mijn wil uit te schakelen, en te blenden met de situatie at hand, want anders….. Ja wat anders, wat zou er dan eigenlijk gebeuren, waar ben ik zo bang voor?

    Het punt is, ik kan het me moeilijk herinneren WAT mij dan vroeger precies zo angstig maakte bij, in mijn geval, mijn moeder. Hoezeer ik ook weet dat ze me emotioneel heeft verwaarloosd en mishandeld wist ik na alle therapieen tot nu toe nog steeds niet exact hoe dat dan in zijn werk ging. Ik wist en voelde het, maar kon het niet integreren in mezelf, doorleven en loslaten. Het bleef bij een constatering. Maar mede door mijn vriend die mij hier liefdevol van bewust maakt door me aan te moedigen steeds meer mezelf te zijn, in de wisselwerking van ons contact, te kijken naar hoe hij met zulke dingen omgaat en mezelf steeds bewuster te ervaren in situaties met anderen, begint het me eindelijk te dagen. Je zet jezelf zo in een klem omdat je als kindje vroeger de ‘liefde’ van je verwarrende ouders niet KON verspelen, want dan zou je in de beleving van het kind dat je was, doodgaan. Het is die pure doodsangst van vroeger waar wij nog steeds door geregeerd kunnen worden. En vergeet ook de schaamte en de schuld niet die je voelt dat je zo raar met jezelf en het leven omgaat. Dat je zo’n sukkel bent die dat niet kan. Het hoort er allemaal bij. Maar je kunt het loslaten. En dat doe je ook!

    Ik wens je heel veel succes met je verdere ontwikkeling naar de persoon die je wezenlijk bent! ❤️

    1. Hey Simone, dankjewel voor het delen van je ervaring. Dat betekent heel veel voor me. Ik herken heel erg wat je zegt. Wat mij vooral heel angstig maakte bij mijn vader, was de onveiligheid. Niet wetend hoever hij kon gaan in zijn kwaadheid. Het feit dat hij op de, voor hem, ‘ergste’ momenten geweld naar mij en mijn broer gebruikte, zorgt ervoor dat ik hem niet meer kan vertrouwen. Maar ook de vraag, hoever zou hij hierin gaan? Zou het enkel bij schreeuwen blijven. Die constante onrust… En daarnaast nog het schrikeffect. In zijn woede ineens van 0 naar 100 gaan, maakte mij ook een overgevoelig kind en volwassene. Deze schrik zit er nog steeds in als ik iemand nieuw ontmoet.
      Voor hem was en is dit controle, zo voelt hij zich goed, vol macht. Zodat niemand over hem heen kan lopen. Voor mij als kind, en nog steeds als volwassene, verdween daarmee de veiligheid en het vertrouwen. Ik blijf erbij dat fysiek, maar ook emotioneel, geweld een kind angstig maakt, en hiervoor het vertrouwen weghaalt voor de rest van een leven.
      Ik ben blij voor je dat jij een partner gevonden hebt die die laatste restjes bij je kan weghalen. En ook dat je al zoveel inzicht in je verleden en het misbruik hebt gekregen. Ik herken heel erg wat je zegt. Ik wens je ook alle goeds toe!

      1. Hoi Anna,

        Lichamelijk geweld valt op geen enkele manier te ontkennen, dat is mishandeling in de meest zichtbare vorm. Ik vind het vreselijk dat je dat is overkomen en snap ook heel goed de impact die dat heeft op je gevoel van veiligheid tov andere mensen in je volwassen leven.
        Ik ben niet lichamelijk mishandeld, maar ik begrijp wat je bedoelt met dat je nooit wist hoever hij kon gaan. Voor een kind is dat niet te doen, zo’n grote onzekerheid. Je móet jezelf en je eigen ontwikkeling wel geweld aan doen om zo’n situatie het hoofd te bieden.
        Ik kom er steeds meer achter dat ik een zelfde soort angst compleet heb weggedrukt, namelijk de angst (en het bijbehorende enorme verdriet) dat als ik mezelf ben, mijn moeder misschien wel helemaal niet van me houdt. Deze angst heeft uiteindelijk mijn hele leven lamgelegd en maakt dat ik niet goed met vervelende mensen om kan gaan. Dit zijn enorme triggers voor mij die mij terugbrengen naar mijn kindertijd. Mijn vriend laat me echter zien dat ik niet aardig hóef te doen tegen mensen die mij ook niet aardig behandelen. Wat een eye opener!
        Natuurlijk staan dit soort mensen symbool voor mijn moeder, die ik nooit bewust heb durven beleven als onaardig, wreed, gemeen… Nu is de tijd gekomen om daar wat aan te doen.
        Ik denk dat voor jou nieuwe onbekende mensen ook een trigger zijn die je herinneren aan de onzekerheid tov je vader. Probeer de emoties die dat oproept niet te onderdrukken. Probeer er naar te kijken van een afstandje. Wees geduldig met jezelf. Wat voel je? Wat wil je?
        Ik heb altijd mijn moeders gevoelens boven die van mezelf gesteld en doe dat dus onbewust in veel situaties nog steeds bij andere mensen.
        Maar de triggers dwingen mij de realiteit onder ogen te zien. Mijn moeder was niet in staat van mij te houden op een manier die ik nodig had. Ik heb me mijn hele leven vastgeklampt aan de hoop dat het op een of andere manier toch nog zou kunnen gebeuren, alhoewel ik bewust met haar heb gebroken en haar niet meer zie. Innerlijk sterft die onbewuste hoop echter nooit, tenzij je de angst en het verdriet recht in de ogen durft te kijken.
        Wat heeft je vader in je veroorzaakt, hoe heeft hij je doen voelen? Het is heel beangstigend in het begin, maar het is de weg naar de geboorte van je echte zelf.
        Je bent niet meer het hulpeloze meisje van vroeger, je kunt nu zelf bepalen wat je doet in het contact met een ander. En dat is een bevrijdende ervaring!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.