Ik heb alleen maar een mama gewild

Dit is een gastcolumn van Pierrot

Deze brief heb ik recent van me af geschreven toen alle puzzelstukjes samen kwamen :


Moeder

Hoe kan je afscheid nemen van wat je nooit hebt gehad?
Je bent oud nu, weldra zal je gaan. Ik zou je mama moeten noemen, maar het lukt me niet.

Op mijn 7 jaar zei je het al: “ik zal je nooit iets gunnen wat ik zelf niet heb gehad”. En je hebt je aan je belofte gehouden.
Op mijn 12de noemde je me voluit een ‘hoer’ toen bleek dat ik me in de turnles schaamde voor mijn ondergoed en een behaatje wou net als de rest van de klas. Je vond het gemeen, ik moest het onmiddellijk terugbrengen. Ik mocht er niet bij horen want dat had jij ook nooit gedaan.

En zo ging het dagelijks door.

Waar je mij niet kon raken, moest papa eraan geloven. Want zo kon je me nog het meeste treffen. Ik hoor nog zo helder zijn al te vaak herhaalde woorden “toe meisje, laat het alsjeblieft gaan, voor de rust van ons huizeke.”

Ik liet het gaan, maar ging eraan kapot. Als puber snap je het immers allemaal niet – alle meisjes uit de klas spraken over hun moeder als over hun vriendin. En ik.. ik ging steeds vaker met tegenzin naar huis, tegenzin om weer op mijn kop te krijgen voor de kleinste onbenulligheden.

Tot het volledig mis ging. Ik las het in de gynaecoloog zijn dossier: ‘anorexia’. Ik probeerde jullie uit te leggen dat ik ziek was, dat ik hulp en positieve aandacht wou. Maar er kwamen alleen scherpe woorden: “Je bent de schande van de familie. Wie gaat er nu zo’ n onvruchtbare willen trouwen?” Gelukkig herstelde ik op mijn eentje, na een paar treffende woorden van de dokter. Alhoewel… herstel… ik leed nog maanden/jaren aan boulemie… en schaam me nog steeds voor mijn eet- (lees: vreet) gedrag toen ik ging babysitten. De kastdeur die er plots op slot bleek. Wat moeten de buren niet gedacht hebben? Maar het was sterker dan mezelf. Ik was mijn evenwicht kwijt.

En zo hobbelde het leven verder, van verdriet naar verdriet, het hoofd teruggetrokken tussen de schouders als ik naar huis toe moest. Ik wou zo graag populair zijn, zo graag vrienden hebben maar mijn gebogen hoofd lokte alleen maar pesterijen uit. En daarvoor kreeg ik thuis dan ook nog eens op mijn kop.

Ik werd een doorgedreven studente, lees maar blokbeest. Toch iets waarin ik kon uitblinken, iets waarover je trots zou zijn. Maar ik heb die woorden nooit mogen horen. Vaak sprak je zelfs in de derde persoon over mij, ook als ik vlak voor jou stond. Alsof ik er gewoonweg niet was.

En toen kwam de ultieme beproeving. Ik werd verliefd op een jongen die jullie goedkeuring niet wegdroeg. Dit was jouw hoogperiode. Papa zou deze keer immers niet aan mijn kant staan. En je hebt je dan ook duchtig laten gaan: me midden in de nacht uit bed schreeuwen, dreigen en vernederen, wraakbrieven op mijn hoofdkussen. Zo sterk zelfs dat ik het geloofde en een uitweg regelde. Ik huurde een studio en zou vertrekken. Maar je hield me tegen, alle deuren gingen plots op slot. Want wat zouden de mensen wel niet zeggen. Valse beloftes om me thuis te houden… tot alles weer gewoonweg herbegon.

Maar ik heb het gehaald, de liefde was sterker dan de strijd. En uiteindelijk was het dan nog papa, de man die het meeste anti was, die mij de uitweg gaf naar weg van huis. Ik ben vertrokken in een vlucht, met mijn kleren nog aan de kapstokken op de achterbank; zonder dat jullie mijn toekomstige ooit hadden gezien, zonder dat jullie mijn knusse huis hadden gezien. Het had feest moeten zijn, maar ik kwam gebroken toe. En huilde.

Maar er ging toch een wereld voor me open, eindelijk rust, eindelijk een thuis.

Misschien is dit ook wel de reden waarom er geen kinderen zijn. Niemand mag nog aan die rust raken, geen enkel werk, geen enkele persoon. Neem je mijn rust, dan sla ik op de vlucht.

Maar ook deze vreugde was van korte duur. Toen we met het heuglijke nieuws kwamen omtrent onze huwelijksplannen, iets wat ik dacht dat je trots zou maken, was je reactie botter dan ooit. De datum was niet ok. Er waren andere prioriteiten. En je had wel nog een paar oude kleren liggen om die dag aan te doen. Toen is papa wel echt tussengekomen, het was te grof, maar de kwetsende woorden kan ik niet vergeten. Mijn mooiste moment kon ik weer niet delen. En op de trouwdag zelf zei je me hoe lelijk ik wel was in mijn trouwkleedje, en dat ik een dikke was.

Zo gingen de jaren voorbij, ik ging steeds minder graag naar huis. Elke keer was er wel iets nieuws. Ik mocht mijn zieke suikernonkel niet meer bezoeken. Ik mocht geen bloemetje meer zetten op het graf van een andere nonkel. Ik mocht niet…

Maar zo moest ik ook een stukje afstand nemen van mijn pa, de man van mijn leven, de man die me wel altijd heeft proberen begrijpen maar ook maar tussen 2 vuren zat. Zijn leven was een hel als ik niet plooide. Ook mijn leven was een hel, nooit volledig rust en een grondige hekel aan de feestdagen want dan zie je alleen maar gelukkige gezinnen. Iets wat ik zo graag wou maar nooit zou hebben. Samen kerst vieren? Je hebt gezworen dat je nooit meer een kerstboom zou zetten om mij te straffen. En hij heeft er inderdaad nooit meer gestaan.

Maar ergens bleef ik toch altijd weer hopen op dat ene mama-moment.

Tot de laatste hoop aan diggelen ging. Je kreeg een hartstilstand. Alles hebben we voor je gedaan, gevochten en gezorgd. Nu zou vast dat moment van erkenning wel komen, en van dank. Maar niets was minder waar. Je was jaloers dat pa werd vertroeteld door mij, en dat zouden we geweten hebben. Verwijten, nijd en vooral jouw weigering om me mijn 50e verjaardag te wensen. Ik hoor nog duidelijk je bitse woorden tegen pa: “ge moet niet bij die zitten, ge moet bij mij zijn.” De die was haar dochter… Ik mocht immers niets hebben wat ook jij nooit hebt gehad, dus ook geen goede band met mijn pa.

Op dat moment is er iets stuk gegaan. Ik hoop niet meer. Ik streef niet meer. Ik probeer los te laten, want het doet toch allemaal te veel zeer. Ik zal toch nooit hebben. Ik wil ook niet meer. Ik wil rust.

Straks zal je sterven, en zullen we een naschrift moeten opstellen. Maar als ik aan jou denk, denk ik alleen maar aan woorden als haat en nijd. En aan venijn.

Ik ben al zo lang op zoek naar antwoorden: Ziet ze me niet graag ? Had ik nooit geboren moeten zijn ? Ben ik er alleen maar omdat mijn oudere broertje is gestorven ? Als kind dacht ik zelfs even dat ik vast was geadopteerd.

Hoe kan een moeder zo zijn tegen haar kind? Is dit narcisme of een vorm van verbittering? Of moeder-dochter haat?

Ik zal het vast nooit weten, en de mama in jou zal ik nooit vinden.
Ik mis je nu al, ik heb je altijd gemist. Ik heb alleen maar een mama gewild.
En dat terwijl je nog leeft….

38 gedachten over “Ik heb alleen maar een mama gewild”

  1. Pierrot,
    Misschien kan je het zo zien:
    Je moeder had behoefte aan een moeder.
    Wat ze kreeg was jij.
    Jij kon haar moeder niet zijn.
    Want je was daarvoor te klein.
    Toen werd je moeder boos.
    Dat is natuurlijk heel onredelijk en oneerlijk.
    maar haar behoefte aan een moeder was zó groot, dat ze niet helder kon denken.
    Jij hebt er alles aan gedaan om lief voor haar te zijn, om haar pijn te verzachten.
    Blijkbaar helpt dat niet.
    Maar je hebt wel je uiterste best gedaan.
    Meer kan je niet doen.
    Maar het is moeilijk om dat op te geven.
    En te begrijpen dat het haar onvermogen is, haar probleem.
    Gun haar haar probleem en ga goed voor jezelf zorgen.
    Dit kan ook het wellicht aanwezige schuldgevoel van je moeder verminderen.
    Ze heeft fouten gemaakt, maar het was niet fataal.
    Het kwam toch goed met haar, haar dochter.
    Miep

    1. Wat daarna misschien kan is het gekwetste-kind-deel van je moeder meenemen op je levensreis. Dat vermindert het schuldgevoel. Ik fantaseer maar wat hoor. Zelf heb ik een moeilijke vader en een codependente moeder, dat vind ik al ingewikkeld genoeg.

  2. Een ding moet je je moeder nageven: ze windt er geen doekjes om. En dat bedoel ik niet cynisch hoor. Misschien kan je je bedenken: Ik ben niet van mijn moeder maar van het leven. Ik heb het gevoel dat mijn vader er het zelfde over dacht. Ik niet gelukkig, jij ook niet. Maar dan veel bedekter met een hoop ‘tragiek’. Ouders die niet geschikt zijn voor het ouderschap. Dat aanvaarden is moeilijk. Maar het levert veel op.

  3. Het zou heel goed dochter-moeder haat kunnen zijn, waarbij de moeder is geinternaliseerd en dat dit zich tegen jou heeft geuit. Hierbij is de dochter dan je moeder en de moeder je grootmoeder. Het heeft dan niks met jou te maken. Ze heeft je echt niet gezien/kunnen zien. Mijn moeder vergeleek me bij het aangaan van de dubbele binding namelijk veel met haar moeder. Ze was niet in staat om mij te zien. Ik voelde me dan ook nooit gezien. In zo’n geval krijg je wat onbewust bij je moeder nog speelt als dochter over je heen. Het heeft mij dus ook nogal lang beziggehouden hoe een ouder dit kan doen bij een eigen kind en hier kwam ik dan op uit. Wellicht dat ‘t dat wat dragelijker maakt. dat het niks met jou te maken heeft.

  4. “Moeder” noem ik u niet.
    Tot voor kort was het “mama”.
    U hield de schijn hoog.
    Kwam u goed uit dat ik u liefelijk “mama” noemde. Ik had het niet door.
    88 bent u pas geworden.
    Pas op mijn 58e viel uw masker af.

    Ik ging bij u wonen – tijdens de eerste lockdown – om u te helpen, want vader was pas gestorven. De man waarmee ik geen band had omdat hij te introvert was.
    U verkneukelde zich dat mijn favoriete spulletjes geen plaats kregen, dat ik mijn hebben en houden moest verkopen.
    U liep rond in de garage met een vuilniszak om de inhoud van mijn dozen te sorteren.

    Toen begreep ik pas waarom vader zo introvert was. Elk woord greep u aan om te beledigen, vernederen, te pijnigen.
    Ik stikte erin, zoals mijn vader deed.
    Het kwam zelfs zover dat u uppercuts uitdeelde. U zei dagelijks dat ik gestoord was, dat ik pillen moest nemen.
    U ging nog verder… u zei dat ik u mishandelde, dat ik een hoer ben, een mislukkeling…
    En toen kwamen op regelmatige, dagelijkse basis de woorden die ik nooit vergeten zal: “Ik heb nog steeds spijt dat ik u gebaard heb”.
    Aansluitend heb ik mijn verhuizing gepland op advies van de huisarts. U verdraaide mijn plan naar de buitenwereld toe en verspreidde dat u mij op straat zette omdat ik zo slecht ben.

    U kwam mij nachtelijk roepend en tierend beschuldigen, vernederen. U eiste juwelen terug die ik reeds sinds mijn adolescentie heb. U vond het ook nodig zaken waarvan ik hou te stelen. Persoonlijke zaken waarmee u nooit iets uitstaand had,
    heel intieme dingen.

    Stoken tussen mij en mijn kinderen, vindt u ook normaal..

    U heeft zich ontdaan van het moederschap. Nooit wil ik u nog ontmoeten. Ook niet voor een laatste groet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *