Ik ben weer tot leven gewekt

Dit is een gastcolumn van Vroefje

Geen verhaal over het verleden, maar over het heden. Over herstel, en dat dat mogelijk is. Dat las ik hier vaak genoeg. Alleen vroeg ik me altijd vertwijfeld af; ‘Ja maar, hoe dan?’

Ik zal niet de enige zijn die, na het ontdekken van die gruwelijke waarheid, in een groot, diep gat viel. Een gat waar de angst regeert en waar het zo zwart en uitzichtloos is dat de dood eigenlijk nog de enige oplossing lijkt. Een gat met gladde wanden, zonder steunpunten om eruit te klimmen.

Praten hielp niet meer. Lichaamsgerichte therapie, hoewel een warm bad waar ik voor het eerst bewust totale ontspanning mocht ervaren, bracht ook niet de verlichting waar ik zo naar verlangde. In schril contrast met mijn volledige apathie, snakte ik er echter naar om als een waanzinnige uit mijn dak te gaan. Dus ging ik op zoek naar bokstherapie, in de hoop dat ik, net zoals een sputterende auto na enig duwen weer gaat rijden, na de juiste trigger ook op stoom zou kunnen komen.

Ik stuitte op boks-psychotherapie. Na het lezen van de weinige informatie die er beschikbaar was, was ik razend enthousiast. En zo kwam ik terecht bij Masja, psychotherapeute gespecialiseerd in trauma en angst. Én ervaringsdeskundige. En daar leerde ik meer over de window of tolerance, die Iris ook in in haar tweede boek behandelt. Over hoe je daar, als de omstandigheden niet meer te behappen zijn, uit kunt schieten naar zowel de boven- als de onderkant. En dat zowel bij de hyper- als bij de hypoarousal bepaalde typerende kenmerken horen.

Klaarblijkelijk verkeerde ik in een staat van bevriezing en moest ik weer tot leven gewekt worden. En nee, niet door de kus van een prins op zijn witte paard, maar heel banaal door fysieke inspanning. En zo gaf ik dus, op mijn 65ste, acte de présence in de boksring. Bij Eugene, boksschoolhouder te Zeist. Want deze zo heel bijzondere therapievorm is een heel bijzondere samenwerking tussen psychotherapeut en boksleraar.

In de eerste les begon Eugene me, na wat vriendelijk sparren ineens achteruit te drijven. ‘Oh’, dacht ik, ‘waar gaan we heen en waar wil je me hebben?’

Zo bijzonder, om zo fysiek te ervaren hoe je in het leven staat. Op de een of andere manier komt dat veel duidelijker binnen dan via de cognitie.

Dus….. wat nou, jij mij in een hoek duwen? Ik duw terug. En als dat niet voldoende is, dan dans ik weg van de plek waar jij mij klem wilt zetten. En als dat niet lukt, of het wordt me gewoon te gortig, dan ga ik helemaal van je weg.

En Eugene is subtiel, hij reageert op mijn krachtsinspanningen en gaat achteruit.

Victorie! Nou zit de clou hem er ook in om dan te kunnen genieten van deze overwinning en haar niet rationeel onderuit te halen door te bedenken dat ik natuurlijk helemaal niet krachtig genoeg ben om Eugene welke kant dan ook maar uit te kunnen duwen.

Soms laat Eugene zich niet terugdringen. Maar ik wijk ook geen centimeter. En dus sta ik, met mijn bovenlichaam achterover gebogen, een beetje onhandig van me af te meppen. Tja, daar kun je ook wel het een en ander van leren.

En dan zijn er de terugkerende reeksen. Bedoeld om te leren vertrouwen op je eigen lichaam. Want terwijl mijn ratio probeerde bij te houden welke stoot er nu ook alweer kwam, hobbelde ik eigenlijk achter mijn lichaam aan, zo bleek. Dat wist allang wat de volgorde was. De eerste reeks, hoewel best wel lastig te onthouden, was toch ook een leuke uitdaging. Bij de tweede, nieuwe reeks raakte ik verward en in paniek. Dit ging me niet lukken.

Eugene is geduldig. Hij legt uit, doet voor, herhaalt. Maar hij had net zo goed Chinees kunnen praten, want er drong simpelweg niets tot me door. Ik haalde alles door elkaar. Helemaal toen deze twee reeksen samen achter en door elkaar uitgevoerd moesten worden. Faalangst sloeg toe, blokkeerde het leervermogen en miskende de capaciteiten van mijn lichaam.

Maar dan de euforie als ik af en toe toch in staat bleek om gedachteloos mee te gaan met de vloeiende bewegingen van mijn eigen lichaam.

Naast kennis van en vertrouwen in je eigen lichaam, draait het onder andere ook om leren leren. En het plezier daarin. Leren dat leren tijd kost, herhaling nodig heeft en dat het dus niet al na eenmaal perfect hoeft te zijn. Dat je fouten mag maken, mag stuntelen. En dat je daarvoor niet veroordeeld wordt. Genieten van je vorderingen en tevens een mooie gelegenheid om met een fikse, rechtse directe dat altijd en eeuwig aanwezige ondermijnende stemmetje de ether uit te meppen.

Bij aanvang was mij gemeld dat deze therapie niet bij iedereen aansloeg. Als de dood was ik dat dat nou natuurlijk net bij mij weer het geval zou zijn.

Maar kijk aan, het wonder voltrok zich; na bijna 4,5 jaar begon die loodzware depressie te wijken. Er kwam weer licht, lucht en ruimte. De angst liet zich dempen. Ik kreeg weer bestaansrecht en interesse in de wereld om me heen en in mezelf. Mijn huis werd weer mijn huis. Mijn veilige thuis.

En dat is nog maar een greepje uit de verschillende subtiele veranderingen die zich geheel onmiskenbaar manifesteerden sinds ik de ring heb betreden.

Deze therapievorm is vrij jong en nog weinig bekend. En vooralsnog, bij mijn weten, alleen in Zeist. Er worden nieuwe mensen opgeleid, maar voorlopig zul je moeten reizen. Maar ook al kom je uit Lutjebroek, het zou zo maar eens heel erg de moeite waard kunnen zijn. Een bijna onmogelijke uitnodiging aan iemand die diep in de put zit, maar als het je aanspreekt, geef jezelf die kans.

Meer blogs van Vroefje: https://verdwenenzelf.org/?s=vroefje

3 gedachten aan “Ik ben weer tot leven gewekt”

  1. Wat een verrassende insteek om dit soort trauma te verwerken. Fijn dat je hebt volgehouden dat valt niet mee en je hebt vast af en toe heeldiep moeten zoeken om je weer te hervinden. Wat hebben ‘we’ toch veel gemeen met elkaar.
    Dank je voor het delen. Van een plaats, leeftijd en levensles genoot.

  2. Sjooo, die komt ff binnen zeg!! Dank je wel!!

    Terwijl ik je blog doorlees, en ik al een paar weken op de bodem van mijn put zit, denk ik: “zou dat wat voor mij zijn?”

    Ook heb ik het boek van Iris erbij gepakt. In het 2e boek op pagina 50 staan hyper-arousal en hypo-arousal uitgelegd. En ik herken de hypo-arousal!

    Toen ik 18 jaar was, heb ik op kickboxen gezeten. Nu heb ik al heel veel jaren MS en baal ik van mijn lichamelijke beperkingen.

    Maar als ik je blog lees, zie ik mezelf al boxend door de ring dansen… BAM!! Hier pak aan!!

    Heb ik dit nodig om me letterlijk uit die put te knokken? Lijkt me wel wat! Ik ga hier zeker naar kijken.

    Dank je wel!
    SummerMoon

  3. Dank je wel Vroefje! Dank ook aan de anderen!
    De herinnering brengt me terug naar de Hezenberg in Hattem. Ik was daar vrijwillig opgenomen. Ik had daar een sessie met een lichaamsgerichte therapeute.
    Ik zag dat helemaal niet zitten, was bang voor alles en iedereen. In die tijd (23 jaar geleden inmiddels) bleef ik ver bij iedereen uit de buurt en zeker geen aanrakingen. We stonden samen in een open ruimte en zij vertelde mij: ik ben je man dus kom maar naar mij toe en zeg maar wat je dwars zit en… ik liep weg. Dit had geen zin en vooral HIER had ik geen zin in, totdat zij (mijn man) een paar stappen naar mij toe kwam wat voor mij als bedreiging voelde. Ik vloog haar letterlijk aan en schreeuwde er van alles uit wat voor mijn ex bedoeld was. Zo…en dat luchtte op!
    Maar wat was ik van mezelf geschrokken, ben een week van streek geweest (geestelijk en lichamelijk) en heb veel over mijn relatie met man geleerd/ nagedacht door die therapie (nog steeds). Het geeft weer aan, welke therapie je ook gaat volgen… geef niet te snel op; het kan gaan werken. Zoek iets wat bij je past en wat je denkt nodig te hebben, soms komt het ongevraagd naar je toe zoals bij mij.
    Inmiddels 23 jaar verder en loop nog tegen dingen aan, maar ben ook enorm gegroeid en ga ervoor. Ja en om eerlijk te zijn, soms haal ik mijn schouders op en draai me om en ga weg, zeg niets. Verstandig? Ik weet het niet, de tijd voor die situatie zal het me leren. Vluchtgedrag zit ook nog in mij. Het hoort bij mij en mag er zijn.
    Veel liefs voor iedereen!
    Groetjes!
    Merel (72 jaar)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.