Dit is een gastcolumn van Isabo.
Ze heeft mijn leven gestolen. En dat van mijn vader en mijn zus. Zij hebben de terreur van haar direct dan wel indirect niet overleefd. Mijn vader greep naar de fles en mijn zus greep naar de pillen. Het dronken verzet van mijn vader leidde vroeger tot huiselijk geweld. En later tot zijn dood. Het Stockholmsyndroom bij mijn zus zorgde ervoor dat zij nooit uit haar emotionele gevangenis heeft kunnen breken. Het zijn shockerende feiten die ik lang heb ontkend en later verzwegen.
Ik heb de mishandeling door mijn moeder maar net overleefd. Het ergste vond ik haar boze oog. Ruim twintig jaar lang bracht zij dag in dag uit schade toe en pleegde zij karaktermoord op mij, nadat ze mij eerst het leven had gegeven. Het devalueren, bekritiseren, afkeuren, vernederen, kleineren, manipuleren en indoctrineren. Ik was het zwarte schaap. Jaren geleden siste ze nog tegen mijn toenmalig nieuwe buren “dat ze twee dochters had. Maar dat ik de meest rebelse was van de twee”. Ze kreeg mij maar niet onder haar controle.
Ik heb nooit mogen bestaan. Al vanaf het moment in haar buik hoopte zij dat ik een jongetje zou zijn. Ik wist niet beter, werd al sinds ukkie van drie jaar, het moment van enige bewustwording, gebrainswasht dat niets goed was wat ik deed, dacht of voelde. Ik had geen weerbaarheid en zelfvertrouwen aangeleerd gekregen. Eerder vernietiging van wat ik wanhopig probeerde te ontwikkelen als kind.
Jarenlang ben ik gebukt gegaan onder chronische angstgevoelens, na langdurig narcistische mishandeling, zonder dat iemand dit aan de buitenkant aan mij zag. Ik had perfect geleerd om mijn angst te verbloemen, een poker face op te zetten, omdat ik geen enkel eigen gevoel mocht laten blijken en zelfs niet bang mocht zijn voor de narcist(en) in mijn leven. Zij wilden niet geconfronteerd worden met hun eigen kwaadaardige gedrag. Hierdoor durfde ik ook later in mijn leven mijn eigen gevoel niet meer bij anderen te laten zien.
Het kwam erop neer dat de narcisten in mijn leven mij als het ware verweten: “Wat doe je mij aan door te zijn wie je bent”. Ik was doodsbang voor mijzelf geworden, doodsbang voor mijn gevoelens en mijn acties. Doodsbang om in contact met anderen de dader te zijn, om iemand te bezwaren, om iemand te beschadigen (zoals de narcisten mij hadden doen geloven met hun projectie).
Totdat iemand tegen mij zei: “Jij bent je eigen schade. Jij beschadigt alleen jezelf”.
Een decennium lang leefde ik alleen. Ik kreeg steeds meer feedback over hoe lief ik was, nu ik uit mijn schulp durfde te kruipen.
Mijn echte ik, die heel diep verstopt lag onder dikke giftige lagen, had veel meer pit en lef dan het bange vogeltje dat narcisten van mij wilden maken. Ik was helemaal niet dat slechte mens dat mijn valse identiteit zwart kleurde. Ik werd sterker en positiever over mijzelf.
Alleen van binnen groeide tegelijkertijd ook de gevoelens van onderdanigheid en minderwaardigheid door, want eigenlijk mocht ik zo niet zijn. Hoe meer ik in gedrag mijzelf liet zien, des te meer werd ik van binnen steeds meer vermorzeld door het dader imiterende deel, zoals Iris Koops dit zo duidelijk beschrijft in haar tweede boek (hoofdstuk 3). Hierdoor kwam ik sterk en zelfverzekerd over aan de buitenkant, maar kon dit van binnen niet voelen. De strijd tussen deze twee kanten zorgde bij mij voor een grote innerlijke blokkade.
De impact van jarenlange mindfucken en gaslighting is groot. Veel mensen denken dat als je een destructief ‘thuis’ eenmaal verlaten hebt, je gewoon weer door kan leven. Wat velen niet zien is dat de mishandeling van binnen voortleeft. Verslaving, grenzeloosheid en een zeer negatief, destructief en minderwaardig zelfbeeld saboteerden de tweede twintig jaar van mijn leven.
Door de kracht van boosheid kon ik opnieuw leren om mij weerbaarder te voelen. Veel slachtoffers van misbruik hebben een gevaarlijke achterstand in assertiviteit. Ik zie narcisten te pas en te onpas boos worden. Zij denken het alleenrecht hierop te hebben.
Ik was nét op tijd om bij leven afscheid van moeder te nemen. Ze schreeuwde nog na: “IK ben een liefhebbende moeder ! “ en “Jij komt uit MIJN buik”. Ik was háár bezit. Ik had het recht niet om weg te gaan, afstand te nemen.
Na dat afscheid zijn er nog vele momenten geweest waarop ze heeft geprobeerd om mij terug te ‘lokken’. Ik vóelde de zuigkracht. Bij haar feestjes waarbij ze mij schaamteloos uitnodigde alsof er niets gebeurd was, bij het overlijden van mijn oom waarbij ik niet op de uitvaart kon zijn zonder haar te zien. Het ergste was dat ik niet eens bij de crematie van mijn zus kon zijn zonder weer in de tentakels van haar giftige armen te vallen. De verstikkende manier waarop dat was gegaan bij de dood van mijn vader, met wie zij op dat moment al lang niet meer getrouwd was.
Ze stal mijn leven. Ze heeft mijn jeugd gestolen, mijn kans op een gezonde relatie, mijn vermogen om kinderen te krijgen en groot te brengen, mijn relatie met mijn vader en mijn zus én het ontwikkelen van mijn eigen stem.
Mijn moeder heeft mijn leven gestolen, maar ik claim het terug. Ik blijf strijden. Strijden voor mijn eigen stem, strijden voor een leefbaar leven en strijden voor mijn herwonnen zelfvertrouwen waarmee ik de kracht vond om uit deze gevangenis te stappen.
45 reacties op “Mijn moeder heeft mijn leven gestolen”
heel herkenbaar, fijn dat je bent ontsnapt aan deze nare persoon. Ooit is mij dat ook gelukt, te ontsnappen aan twee van zulke
monsters. En nu ben ik over de zeventig jaar en nog helaas draag ik littekens. Maar ik ben wel dankbaar dat ik veel andere mensen heb leren kennen, die normaal deden.